Buurthuis Molenkwartier

7 Fans
Geuzenveld

In de zeventiger jaren werkte ik als ongediplomeerde jongerenwerker in het zogenaamde Rode Dorp

Sam van Houtenstraat gezien naar de achterzijde van de rooms-katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe van Zeven Smarten en het klooster  aan de Aalbersestraat 244 en speeltuinvereniging Maria Goretti. Foto: Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, 1960

Sam van Houtenstraat gezien naar de achterzijde van de rooms-katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe van Zeven Smarten en het klooster aan de Aalbersestraat 244 en speeltuinvereniging Maria Goretti. Foto: Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, 1960

Alle rechten voorbehouden

Daar, in de laatste (!) huizen van Amsterdam, woonden de a-socialen. Die buurt was namelijk opgezet als een ‘woonschool’. Zij die het elders te bont hadden gemaakt konden hier leren nette burgers te worden. Moest heel Geuzenveld het met één buurthuis doen; voor deze honderd gezinnen stond pal naast dit neutrale buurthuis nog een katholiek huis (verbonden met het klooster in de Aalbersestraat). Het leven was er één grote soap vol vurigheid in lief en leed maar met steeds dezelfde spelers. Wie er woonde kwam er nooit meer weg. Die bewoners waren zeker geen doorsnee burgers, maar of ze asociaal waren? Men was juist erg op elkaar betrokken, al hadden ze wel hun eigen normen. Zoals toen men samen eens op een luilaknacht de ME wist te verjagen. Of de jaarlijkse bazaar waarmee men veel geld verdiende voor het jeugdwerk.

Eens ging het hele buurtbestuur naar een zigeunerkamp om nep tinnen lepels te kopen als prijzen voor de bingo. Het waren bijzondere mensen; altijd authentiek en recht voor hun raap! Soms tot wanhoop voor ons, beroepskrachten. Toch denk ik met heimwee aan hen terug. Aan Oom Piet, leider van de timmerclub. Die club bestond acht leden, allen zijn eigen kinderen. Dat ging altijd erg leuk behalve als Piet dronken was; dan konden we de hamers beter wegleggen. Ik herinner me de dochter van de voorzitter. Ze was de intellectueel uit de buurt want ze ging naar de mavo. Onzin! Haar vader was er toch ook gekomen zonder moeilijke boeken? Hij was namelijk vuilnisman en moest vaak de nette Apollolaan aanvegen. O, wee als hij daar iemand trof die een sigarettenpeuk weggooide! Ik herinner me die jongen waar thuis een paard in de huiskamer stond, omdat zijn vader rotte sinaasappelen uitvente.

Vol warmte denk ik terug aan Tante Tinie, een volksvrouw met een groot hart. Eens moest ik bij haar thuis opdraven waar een groep stoere tieners mij nederig hun excuus aanboden omdat ze een steen door een ruit hadden gegooid. Die tieners had ik overigens al menigmaal met de brandslang van het buurthuisdak had moeten spuiten. Die verhalen zijn me dierbaar. Hun karakters staan in mijn geheugen gegrift. De namen van de welzijnmanagers ben ik echter vergeten. Maar die lieten dan ook weinig emotie zien. Misschien was dat wel a-sociaal …

Jan Swagerman, Zwolle, maart 2011
Buurthuis Molenkwartier, Sam van Houtenstraat, Geuzenveld


Lees hier alle verhalen van Jan Swagerman.

Alle rechten voorbehouden

1905 keer bekeken

5 reacties

Voeg je reactie toe
Phil Tokkie

Jan Swagerman was jeugdwerker

Van 1 december 1968 tot augustus 1970 was Jan Swagerman jeugdwerker bij buurthuis Molenkwartier.

Phil Tokkie

Jan Swagerman, wanneer was je daar jongerenwerker?

Ik heb van oktober 1972 tot mei mei 1977 in buurthuis Molenkwartier gewerkt. Daar werkte toen geen jongerenwerker. Ook ken ik geen Jan Swagerman.

Het verhaal van hem hierboven lijkt me dan ook gebaseerd op roddels. Zo kende ik toen geen timmerclup, bestaande uit alleen leden van 1 gezin. En het bekende verhaal van het paard..... Dat nooit een huiskamer van binnen heeft gezien.

Mooi verhaal over een voorzitter. De voorzitter in die tijd was een ex-kolensjouwer. Die in de WOA zat. Met een beschadigde rug en stoflongen.

Nico (Brantenaar)

Ons Dorp....

Die Joop toch....

Ik/wij wonen in het "dorp"vanaf 1955 en zijn opgegroeid met normen en waarden.

ik kwam hier wonen toen ik 5 jaar was en heb een fijne jeugd gehad !

Wij wonen nog steeds(gelukkig) in ons "dorp" waar onze kinderen ook zijn opgegroeid, die zich inmiddels hebben ontwikkeld tot respectabele mensen met een mening en zich een plaats hebben verworven in de SAMENLEVING !

En voor wat betreft de opmerking " Gezamenlijk maken ze je dan af, want alleen durven ze niet. " is opvallend te noemen door te reageren met alleen je voornaam........

 

Joop

zgn. saamhorigheid...

Als ik een ding in mijn leven heb geleerd is dat het wonen in een dorp zeer
maar dan ook zeer vervelend en bedreigend kan zijn.
Als er 1 iemand (meestal een a-sociaal persoon) in zo'n gemeenschap iets tegen je heeft volgt een deel van de gemeenschap (meestal ook a-socialen) vanzelf als blinde kuddedieren. Gezamenlijk maken ze je dan af, want alleen durven ze niet. Verder kunnen die kuddedieren ook niet objectief nadenken of het wel terecht dan onterecht is dat iemand aangepakt wordt ze volgen nl. het zgn. "saamhorigheidsgevoel" en zijn volkomen doof voor hoor en wederhoor. Het saamhorigheidsgevoel vormt hun mening meer niet. Het opleidingsniveau van mensen die zich zo gedragen is over het algemeen ook zeer laag te noemen. Immers als kuddedier hoef je niet na te denken je volgt gewoon. Ik zeg overigens niet dat dit in het rode dorp ook zo was, maar ben allergisch geworden voor mensen die het over "eensgezindheid" hebben. Ik krijg daar een nare smaak van in mijn mond.
Onze oosterburen waren ruim 70 jaar geleden ook eensgezind en we weten allemaal wat voor verschrikkelijke ellende daar van is gekomen.
Ik hou dus niet zo van mensen die zgn. voor elkaar opkomen er ontstaat alleen maar meer rottigheid door. Laat iedereen zijn eigen boontjes doppen en zich niet verschuilen achter anderen.

Jan Elias

Het rode dorp een buurt van saamhorigheid

Het verhaal hierboven herken ik wel maar ook weer niet.
Het dorp had de naam a-sociaal te zijn omdat er doorgaans grote gezinnen woonden waardoor het moeilijker was in die tijd om de touwtjes aan elkaar te knopen. Doordat iedereen wel een mening had over het dorp is er door anderen een beeld ontwikkeld dat niet klopte met de realiteit van het dorp. Waar iedereen een voorbeeld aan kon nemen was de eengezindheid die er heerste, daar kon de z.g. hoogbouw een voorbeeld aan nemen. Als er iets aan de hand was kwam men voor elkaar op alsof het familie was , daar waren we dan ook dorpelingen voor. Ook tante Tinie was zo`n vrouw, daar liep je niet omheen, je kon beter met haar eten dan vechten . Ik weet dit omdat ook ik in het dorp heb gewoond zij het aan de buitenkant in de Aalbersestraat waar mijn ouders zondags kaartjes verkochten voor de film in het buurthuis. Ikzelf hielp vanaf mijn 10e jaar elke dag de melkboer bij ons aan de overkant en zo waren er meer jongens die andere klusjes deden maar die niemand zag. Ja er waren natuurlijk ook wel gezinnen die het beeld opriepen zoals o.a. onze fruit/ voddenboer met het paard wat overigens niet altijd in de kamer stond maar in de fietsenschuur. Later zou blijken dat deze man 25 panden bezat in de Haarlemmerstraat. Ook ik heb bij Maria Goretti gezeten toenj was er ook nog de accordeonclub. Later toen ik ouder was heb ik in het bestuur van Maria Goretti gezeten als secretaris. Dit heeft consequenties voor de rest van mijn leven gehad, want tot op heden ben ik nog steeds bestuurder van diverse organisaties en dat is inmiddels 34 jaar. Hiermee zeggende dat er ook goede dingen uit het dorp zijn gekomen en ik weet van meerdere mensen die hun jeugd daar hebben doorgebracht dat ook deze vaak op goede plekken in de samenleving terecht zijn gekomen. Een ding wat het mij heeft gebracht is respect hebben voor andere mensen en hen in hun waarde laten. Iets waar het zeker in deze tijd nog wel eens aan mankeert.

Jan Elias, Lelystad Juni 2011
Bestuurslid Maria Goretti Amsterdam