Mijn jeugd in Amsterdam-West, deel 5

Jeugdherinneringen, omstreeks 1935-1940

Auteur: Jaap Lageman
Amsterdam-West

Jaap Lageman (1931) woont tegenwoordig in Australië en deelt in een aantal bijdragen zijn jeugdherinneringen aan Amsterdam-West.

Rozengracht 232-228 met op de voorgrond een Budapester-tramstel (rijtuig NZH B 460) van de Haarlemse Tram (Blauwe Tram Amsterdam - Haarlem - Zandvoort), bijgenaamd 'De Kikker'.  Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam. <p><a href="http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/OSIM00003004584">http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/OSIM00003004584</a></p>

Rozengracht 232-228 met op de voorgrond een Budapester-tramstel (rijtuig NZH B 460) van de Haarlemse Tram (Blauwe Tram Amsterdam - Haarlem - Zandvoort), bijgenaamd 'De Kikker'. Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/OSIM00003004584

Alle rechten voorbehouden

Met de Kikker naar Zandvoort.
Ik denk dat ik toen ook maar 3 jaar was en ik voor het eerst de zee bij Zandvoort zag. We gingen met een spoor/tram (ik geloof dat ze die de "kikker" noemden) van Amsterdam naar Zandvoort. Ik geloof dat het maar een klein stukje lopen was om over de duinen naar de zee te lopen. Zodra ik over de top van de duinen kwam zag ik dat oneindig stuk water voor me met het strand en de golven die een hoop lawaai maakten. Toen ik naar die grote vlakte water keek kon ik niet zien waar de zee eindigde en de lucht begon. Toen die ervaring van het stappen in die grote zee. Eerst liep ik over het losse droge zand en liep naar de golven die me als het ware wenkten om naar ze toe te komen. Ik liep nu over nat zand dat net door de golven overspoeld was. Ik liep door want het water stroomde weer terug naar zee. Ik stopte want ik zag een grote golf naar me toe komen en plotseling.....woesh....de golf brak op het strand en voordat ik me kon omdraaien realiseerde ik me dat ik midden in de Noordzee stond. Ik probeerde naar het droge land te lopen maar dat ging niet. Het zuigende water dat nu weer terug liep stopte me te bewegen. Ik had zelfs moeite om te blijven staan want het zand verdween van onder mijn voeten en ik viel bijna om. Toen ik om keek zag ik dat het water weer weg vloeide, maar voordat ik een stap kon doen kwam er weer een grote golf aan die me weer wilde aanvallen, maar mijn ouders redden me.
Ik vond het maar griezelig.

Zandvoort, hoogseizoen, 24 juli 1937. Fotograaf: Cees Deenik (1912-1995). Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam. <p><a href="http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010015000175">http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010015000175</a></p>

Zandvoort, hoogseizoen, 24 juli 1937. Fotograaf: Cees Deenik (1912-1995). Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010015000175

Alle rechten voorbehouden

Een muizenverhaaltje
Ik weet dat ik nog erg jong was, misschien 3 jaar en we woonden op de hoek van de Jan van Galenstraat en de Orteliusstraat. Mijn vader was een kleermaker (hij maakte vesten voor heren-zaken) en werkte thuis op zolder. Om naar de zolder te komen moest je via een trap vanuit de woonkamer naar boven, dat dan op een landing terecht kwam. Dan een paar meter naar rechts en dan kwam je op de werkplaats waar mijn vader zijn werktafel had. Zijn electrische naaimachine stond voor het raam dat uitkeek op het platte dak waar hij later een kippenhok bouwde. Op die overloop was een grote ruimte en die gebruikten ze als kolenhok. Ik speelde op die overloop want ik was nog veel te jong om op straat te spelen en mijn ouders hadden mij een box met blokken gegeven en een box met figuriens (een soort mannetjes). Mijn vader en moeder konden daar een beter oog op me houden. Ik bouwde een soort huisje en die figuurtjes waren handig als mensjes. Wat er ontbrak was een omheining en die vond ik in de kolenbak. Eerst nam ik een paar mooie grote stukjes "cokes". Ik wilde nog wel een paar grotere stukjes zoeken maar al die groten liggen helemaal achter in, natuurlijk. Ik moest nu over de kolen lopen om naar het achterste gedeelte te komen en wat zag ik daar? Een nest met hele jongen muisjes. Ze zagen er naakt uit en hun oogjes waren nog dicht. Ik pakte ze op want die kon ik wel gebruiken als vee om het huisje dat ik gebouwd had (dat is wat ik noem "fantasie"). Maar ik liet ze toch eerst aan mijn moeder zien, want die hielp mijn vader op zolder. Ze pakte ze aan van mij en ik mocht ze niet eens houden en ze zagen er zo leuk uit.. Net dat ik het leuk voor elkaar had!. Mijn moeder spoelde ze door de wc en ik was mijn speelkameraadjes kwijt.
Kan je nou zo'n moeder begrijpen!


Klik hier voor een overzicht van alle delen in deze reeks.

 

Alle rechten voorbehouden

365 keer bekeken

2 reacties

Voeg je reactie toe
Henk van Dijk

De Blauwe Tram

Die Blauwe Tram kan ik mij nog vaag herinneren. De lijn werd vreemd genoeg niet door het GVB, maar door NZH ge-exploiteerd. In die tijd was er ook nog een kortere versie die van de Spuistraat naar het oude Sloterdijkstation reed. Die tram werd de groene kikker genoemd.
De Blauwe Tram maakte gebruik van smalspoor. Binnen het spoor van het GVB lag daarom een derde rail. Nog heel lang kwam je hier en daar in de stad die derde rail tegen, o.a. op de Rozengacht.

Jim Lageman

Tamme Witte muisen /wilde huismuisen.

 

Jullie hadden natuurlijk ‘wilde’ huismuizen. Ik had op de lagere school ‘tamme’ witte muizen. Bijna de hele klas had toen tamme witte muizen. Waarschijnlijk is een kind met 2 muizen begonnen. Die hadden als snel een nestje en die beesten werden aan vriendjes gegeven, enzovoort. Mijn ouders hadden de sigarenwinkel en we woonden daar achter (van mijn 6e tot mijn 13e). Op een dag (het zal wel zaterdag geweest zijn) stonden we op het punt om naar de camping in Sint Maartenzee te gaan. Daar stond onze caravan. De muizen konden wel een dag thuis blijven met voldoende eten en drinken. Toen zag ik dat ze jongen hadden en daarom vond ik dat ze toch mee moesten naar de camping. Mijn vader zag dat nest muizen niet erg zitten. Niet thuis en niet op de camping. En misschien was het ook niet het eerste nestje. Dat weet ik niet meer. Wat ik wel weet, was dat hij die kleine kale muisjes – net als Jaap’s moeder – hop, door de wc spoelde. Waarschijnlijk heb ik de hele weg naar de camping gehuild. Jaren later bleek dat ik meer een katten-mens ben. In ieder geval veel meer dan een muizen-mens     Martineberllps@chello.nl