Aanvullende herinneringen aan de Timotheusschool

Auteur: Frans Serné
Rapportboekje van Frans Serné

Rapportboekje van Frans Serné

In een eerdere column over de Timotheusschool aan de Lodewijk van Deysselstraat in Geuzenveld, schreef ik over mijn herinneringen aan die school. Toch ontbreken er nog enkele herinneringen, die ik hier wil beschrijven.

Juf De Krijger uit de eerste klas stak altijd haar wijsvinger op, bracht die naar haar lippen en siste dan hard … SSSS!!! Onmiddellijk werd de hele klas stil. Zij was bevriend met juf Witter, die op een scooter reed en bij wie ik in twee verschillende leerjaren in de klas heb gezeten. (Lees daarover in een eerdere column.)
Op zekere dag kreeg juf De Krijger verkering met de zoon van het hoofd van de school, meester Kappner. Die zoon droeg een uniform en bleek soldaat te zijn. Hij haalde juf De Krijger regelmatig van school op en dan liepen ze stijfgearmd van het schoolplein af. Alle kinderen vonden dat zielig voor juf Witter.
Meester Kappner vertelde vaak dat hij uit Deurne kwam en prak Deurne uit met een Brabants accent: ”Durrrnu“, met de ‘r’ achter in de keel, waarbij zijn ogen begonnen te tranen van ontroering. (In de eerdere column schreef ik over zijn ontroering bij het voorlezen op vrijdagmiddag.)
De klasindeling bij meester Kappner was ingedeeld in niveaus ( zoals dat tegenwoordig heet). Een paar rijen waren voor de kinderen die naar de Huishoudschool of Ambachtschool gingen. De overgrote meerderheid ging naar ULO of Mulo, waaronder ik. Er was één jongen die apart zat. Die moest van zijn vader, die ergens een hoge functie had, naar de HBS. De vader had daar bij meester Kappner op aangedrongen en die had het verzoek ingewilligd. De jongen, een vriendje, kon echter niet goed leren en voelde zich daar het hele jaar rot onder. Ik weet zijn naam nog.
De Timotheusschool was een ‘Christelijk Nationale School’. Niemand wist wat dat betekende. Voor ons betekende het dat we elke week op vrijdag een psalmversje op kregen. We hadden een week de tijd om het uit het hoofd te leren. We konden elke ochtend naar de juf of meester komen om het uit het hoofd op te zeggen. Als dat lukte, kreeg je een cijfer. Op ieder rapport stond ‘Psalmversje’, met het cijfer voor dit ‘vak’. Ik kon goed onthouden en kwam op maandagochtend als eerste naar het tafeltje van de juf of meester om het psalmversje op te zeggen.
Op mijn rapport stond ieder jaar: Psalmversje … 10. 

Alle rechten voorbehouden

85 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe