De Helmersstraat was aanvankelijk een rustige straat met weinig geparkeerde auto´s. Het was heerlijk buiten spelen in ons stuk straat en om de hoek in de Pieter Langendijkstraat tot de Overtoom. De jongens zo hard schieten op de putten dat de tennisbal trillend in de sleuven bleef zitten. Toen het later drukker werd omdat de auto´s via onze straat de Overtoom wilden ontwijken, weken wij uit naar de Brederodestraat. De meisjes randje/tik tegen de huizen totdat de buren gek werden. Verder krijgertje, hinkelen, touwtje springen, tollen, knikkeren, badminton en op het Staringplein slagbal. Dat vond kleine Ineke niet zo leuk omdat zij nog niet mee mocht doen. Te klein! Ook speelden we verstoppertje in de straat en om de hoek. Soms een groot blok met de Staringstraat en de Overtoom erbij. De Overtoom was leuk omdat daar hoge stoepen waren en als je daar boven plat ging liggen konden ze je van beneden af niet zien. In het Vondelpark gingen we schaatsen op die met koude handen en natte bandjes onder te binden doorlopertjes. Eerder vertelde ik al over het fietsje huren in de Wilhelminastraat voor een kwartje per uur. Strijd wie mocht fietsen. Verkleed op het feestje waar ik Stiefbeen en Zoon met mijn vader vertolkte. Door: Theo Horbach
Ook gingen we af en toe naar het Van Heutzmonument aan de Apollolaan om met bootjes en water te spelen en in het gras te liggen. Een enkele keer mochten we naar de speeltuin op het J.J. Cremerplein. In Kanaalstraat 100, een zaaltje met harde houten banken bij de zusters, mochten we zo nu en dan voor enkele dubbeltjes film kijken. Stomme films van zeer matige kwaliteit die regelmatig braken. Dan ging onder gejoel het licht aan en werd de film gerepareerd. Het waren meestal cowboyfilms, tekenfilms, dierenfilms of slapstick met Laurel en Hardy, Buster Keaton of Charlie Chaplin. Aan de overkant was een winkeltje waar voor weinig geld snoep gekocht kon worden.
Op de Van Lennepkade had de kerk een zaaltje, de Burcht genaamd, dat je kon huren voor een feestje of trouwerij. We hebben een keer een feestje gehad waarbij ieder verkleed moest zijn. Mijn vader en ik zijn gegaan als Stiefboon en Zoon toendertijd een geliefde komische serie op de TV van een oudere sjacheraar in van alles en nog wat en zijn zoon die altijd onenigheid hadden.
Een geliefd tijdverdrijf was het wandelen met ons Pa als hij zin had en niet te moe was. Ik kan mij herinneren dat we een keer helemaal gelopen zijn naar Kattenburg. In navolging van Pa gingen Peter en ik, en later ook Ineke op het koor. Dat was op woensdagmiddag voor de jongens repeteren en op zondag in de hoogmis zingen. Dat was toch apart en vooral bij bijzondere plechtigheden wanneer je in zwarte toog en witte superplie mocht meelopen in de processie en op het altaar zingen. Onder leiding van de dirigent Eugéne Adolfs was het een heel goed koor dat zelfs door andere kerken werd uitgenodigd voor een uitvoering, tot in de St. Nicolaaskerk aan toe.
Door de straat kwamen regelmatig, afgezien van de schilllenboer met vals paard dat altijd deels op de stoep stond, venters als de scharensliep, Sierkan Roomijs, Jamin ijs, de kar met ingelegd zuur, rolmops, leverworst en zure bommen en de kar met Berliner Bollen. Ook de "volendammers" liepen geregeld door de straat. Dat waren in volendam-kostuum geklede mannen die muziek maakten met trompet of trombone, accordeon en trommel. Er werd dan uit het raam een paar centen gegooid verpakt in een papiertje tegen het wegstuiteren. Een aantal keren is er een fietsronde gehouden van het Cremerplein, door de Helmersstraat, de Pieter Langendijkstraat, Wilhelminastraat terug naar Cremerplein. Op het balkon staand kon je de renners zien komen en dan bij ons de bocht om. Soms tot leedvermaak werd er in de bocht gevallen, maar de winnaar met sjerp mocht onder applaus een ererondje rijden.
Lees hier alle verhalen van Theo Horbach