Om de huidhoudportemonnee aan te vullen ging Pa op gegeven moment een aantal dagen 's avonds extra werken als portier bij de artiesteningang van de Kleine Komedie. Hij ontmoette daar onder andere Toon Hermans met zijn experimentele revues Zaza en Ballot met danseressen gebaseerd op de franse cabarets. Ook Alex de Haas, Jan Blaaser, Johan Kaart en Johan Boskamp met de komedie Potasch en Perlemoer. Johan Kaart dook altijd eerst de kassa in om bij Tilly Perin-Bouwmeester te vragen hoe het met de kaartverkoop ging.
In ons gezin ging van Toon Hermans een gevleugelde uitspraak rond. Als hij de deur van de artiesteningang openzwaaide riep hij op afstand naar mijn vader: “THEO KOFFIE!!!”.
Het was leuk om mijn Pa zo af en toe op te zoeken en te helpen met het malen van de koffiebonen met een grote koffiemolen met dubbele wielen. En er was niets leukers dan bij de brandwacht aan de zijkant van het toneel tussen de coulissen te kijken naar de artiesten en het ballet.
Over het ballet gesproken: ik mocht een keer de drankjes van de danseressen naar de kleedkamer brengen. Daar werd ik door de deels gekleedde dames hartelijk begroet en bedankt. Ik wist niet hoe snel ik met vuurrood hoofd moest vertrekken. Snel een ijsje gehaald bij Ruteck’s op het Rembrandtplein en gauw naar huis!
---------