Op de Timotheusschool, Lodewijk van Deysselstraat, konden kinderen op een gegeven moment een spaarbankboekje krijgen. Op maandagochtend konden de leerlingen dan een zegeltje kopen bij de meester of juf en die op een bijgeleverde spaarkaart plakken. Die zegeltjes hadden een bepaalde waarde, variërend van 10 cent tot 1 gulden. Als de kaart volgeplakt was, moest je met die kaart en het spaarbankboekje naar het postkantoor op het Lambertus Zijlplein om die spaarkaart in te leveren en het gespaarde bedrag in het spaarbankboekje te laten bijschrijven. En dan kreeg je weer een nieuwe spaarkaart mee.
Wij, kinderen, kregen van onze moeder ieder 10 cent mee om een zegeltje te kopen, maar lang niet iedere week. Het was het goedkoopste zegeltje, maar meer konden onze ouders niet missen. Daar had ik als kind geen erg in. Als de spaarkaart uiteindelijk vol was, ging ik naar het postkantoor om het bedrag op het spaarbankboekje te laten zetten en voelde ik mij rijk. Zo heb ik op gezette tijden drie jaar lang zegeltjes van 10 cent mogen kopen en opplakken en het gespaarde bedrag laten bijschrijven op het Lambertus Zeilplein. Toen het oorspronkelijke spaarbankboekje helemaal volgeboekt was, kreeg ik ook nog een zogenaamd vervolgboekje. Vervolgspaarbankboekje van Frans
Ik ben met de boekjes naar de Rijkspostspaarbank (die bestond toen nog) gegaan. Na enige uitleg mijnerzijds, want het ging tenslotte om oude spaarbankboekjes, ging men toch over tot actie. Het duurde enkele weken, voordat er antwoord kwam.
Ik werd verzocht om langs te komen. Daar bleek dat men over de 6 gulden 33 cent alle rente over de vele jaren had berekend en besloten had het formidabele bedrag van 88 gulden en 39 cent aan mij uit te betalen. Daarna werden er grote stempels gezet in de boekjes, enkele bladzijden werden er uitgescheurd en ook op de voorkant werd een grote stempel gezet: OPGEHEVEN.
Ik heb de Spaarbankboekjes nog, als souvenirs.