Terugkerend naar onze sinds 2022, en iets ten noorden van Amsterdam liggende woonplaats, besloot ik nog een beetje door onze oude buurt in Slotermeer te tuffen. De buurt waar veel van diezelfde migranten als waar het boekje over gaat inmiddels wonen en een plek hebben gevonden met hun gezinnen, winkels en restaurants.
Ik heb geen spijt van onze verhuizing naar een fraai gelijkvloers appartement in het oude, uit 1931 stammende, gemeenteziekenhuis van Zaandam. Ook nog eens op tijd gezien de huidige gezondheidssituatie van mevrouw Van Koert. Maar met een vleugje weemoed rijd ik door dat stukje Slotermeer waar we 35 jaar lang lief en leed hebben gedeeld met fijne buurgezinnen waarvan een deel ook via migratie in Amsterdam was aanbeland.
Enfin, Nieuw West dus.
Maar ook dit ‘Nieuw’ West is inmiddels slachtoffer geworden van de wens van de gemeente om steeds weer te vernieuwen, of het nou nodig is of niet. En zo zag ik, de hoek om komend vanaf de Antonie Moddermanstraat naar de Burgemeester Vening Meineszlaan, een graafmachine in een enorm gat op de plek waar jaren ’60 woningen en een flat hadden gestaan. Een flat waar ik jaren geleden nog een collega heb geïnterviewd (zie ‘ze-kregen-levende-kippen-als-vergoeding’) die daar zo heerlijk woonde in de flat waar hij met zijn ouders was opgegroeid.
Het gat in Slotermeer Door: Ruud van Koert
Ik vond die flat er toentertijd, en ook nog enkele jaren geleden, niet zó slecht uitzien dat afbraak de enige optie was.
Maar goed, zo gaan ook hier stukjes geschiedenis verloren die moeten plaatsmaken voor nieuwe geschiedenis voor de toekomst. Met of zonder nieuwe migranten en oude bewoners. En nu maar hopen dat de nieuwbouw betaalbaar wordt voor achterblijvers en starters, of dat ze met diezelfde vernieuwing hun stad uit worden gejaagd.