Terwijl ik dit verhaal schrijf is het buiten een beetje druilerig, mag ook wel na de lange droge en ontzettend warme periode. Er is al een tijd geen regen gevallen, hopelijk valt er de komende dagen voldoende regen om de schade enigszins te herstellen. De bomen beginnen namelijk met het laten vallen van hun blad om de droogte te overleven en het is pas half augustus.
In de jaren 60 en 70 waren de zomers ook warm, maar er viel geregeld regen. Ik heb het gras van het Arend Bontekoeplantsoen in de jaren dat ik daar woonde nooit geel en verdord gezien, het was altijd groen en de madeliefjes, vergeet-mij-nietjes en paardenbloemen groeiden welig, tot aan de volgende maaibeurt.
De zomervakantie op de kleuterschool en lagere school duurde altijd 6 weken. Het vreemde is dat 6 weken nu in een oogwenk voorbij zijn, maar in mijn kindertijd voelde 6 weken niet naar school gaan als een heerlijke eeuwigheid.
Ik ging nooit weg op vakantie, maar me vervelen deed ik niet. Als een echt straatkind ging ik al vroeg naar buiten. Zodra het licht werd was ik wakker, poetste mijn tanden, kleedde me aan en sloop ik de deur uit zonder te kijken hoe laat het eigenlijk was. Wanneer ik dan aanbelde bij de kinderen in de straat kreeg ik vaak van hun moeder te horen dat ik ze wakker had gemaakt en later maar terug moest komen want het was nog vóór 6 uur ’s ochtends! Ik ging dan maar buiten op de stoep zitten wachten totdat ze één voor één naar buiten kwamen.
Tot aan ongeveer mijn 7e gingen de kinderen uit de straat ook niet op vakantie, we waren elke dag buiten aan het spelen, in het plantsoen waar we soms met de hele groep in een klein opblaasbadje zaten of in de grote speeltuin achter de Jan de Jonghstraat. Die speeltuin was wat betreft oppervlakte heel groot, maar er stond niet heel veel in: een zandbak, klimrekken, een verzameling betonblokken van verschillende hoogte waarop je kon stappen en een hele grote boomstam die horizontaal op ijzeren stangen stond waarover je kon lopen (en vanaf vallen). Het was jammer dat er geen schommels waren en een glijbaan.
Ergens begin jaren 60 zijn er rijen bomen in het midden van de speeltuin geplant die voor schaduw zorgden wanneer het heel erg warm was. Volgens mij waren het wilde kastanjebomen. In de tijd dat ik in deze speeltuin speelde, eind jaren 60 en begin jaren 70, waren deze bomen al flink gegroeid.
De speeltuin was omringd door brede stroken van bomen en struiken met een haag van meidoorn erom. Met breed bedoel ik minstens 20 meter langs de Jan de Jonghstraat en minstens 10 meter langs de Burgemeester Eliasstraat en de Burgemeester van Tienhovengracht. Op de luchtfoto in mijn verhaal over kleuterschool de Sneeuwklokjes is dat goed te zien. De jongens van ons groepje, Roy, Dennis, Gabe en ik, gingen wel eens door deze haag aan de Jan de Jonghstraat heen de groenstrook in. We deden dan net of we in het bos waren en op avontuur gingen. Omdat een haag van meidoorn grote stekels heeft, hebben we het maar twee of drie keer gedaan. We liepen in korte broeken en korte mouwen en kwamen niet door de haag zonder bloedende schrammen. De meisjes peinsden er niet over.
De speeltuin bestaat niet meer, het heet er nu Cornelis van Rijplantsoen en er zijn torens met appartementen gebouwd, maar op foto’s zie ik nog steeds bomen in het midden van het terrein. Ik vraag me af of het de oude bomen zijn uit mijn kindertijd of dat er op een gegeven moment nieuwe bomen zijn geplant. Het zijn grote bomen, maar of het 65 jaar oude bomen zijn? Weet iemand het?
Als het te hard regende om buiten te zijn dan ging ik in het trapportaal spelen samen met Roy die naast mij woonde. Soms kwam Liesje die beneden mij woonde op het lawaai af en speelde zij ook mee. Achteraf gezien waren de mensen van het trapportaal de beste buren die je maar kunt hebben, er werd nooit geklaagd over geluidsoverlast en ze waren altijd even vriendelijk tegen mij. Ik weet nog dat ik weer eens mijn scheenbenen had opengehaald op de trap. Mevrouw Joor, een hoogbejaarde buurvrouw hoorde mij huilen en heeft me naar binnen gehaald voor pleisters, een praatje en wat te drinken voor de schrik. Helemaal beneden woonde een meisje van een jaar of 16 die mij een aantal keren mee naar binnen heeft genomen om me vervolgens broodjes met gebakken smac te voeren. Er woonde ook nog een ander Indisch gezin in het portaal met twee meisjes van ongeveer mijn leeftijd, Rena en Suzanne. Die waren altijd binnen en zag je maar heel af en toe. Voor mij was binnen en thuis zijn een gruwel, ik probeerde zoveel en zo lang mogelijk buiten te zijn.
Van mijn oma had ik rolschaatsen voor mijn verjaardag gekregen, volgens mij voor mijn 6e. Het waren van die ijzeren uitschuifbare dingen waar je met je schoenen in ging. Wat was ik daar blij mee. Eigenlijk heb ik veel van mijn oma gekregen, zij was de enige grootouder die ik heb gekend. Voor een andere verjaardag kreeg ik van haar een indianentent en ook daarmee heb ik zoveel speelplezier gehad. Die rolschaatsen heb ik vanaf dag 1 jaren lang gebruikt tot ze helemaal op waren. Zeker in de speeltuin die volledig betegeld was kon je lekker hard schaatsen, maar ik schaatste ook over de Burgemeester de Vlugtlaan, naar mijn oma die in de Osdorper Ban flat woonde of naar mijn tante Lot, een zus van mijn oma, die in de Louis Couperusstraat woonde en dat allemaal met mijn korte spillebeentjes. Waar de energie vandaan kwam blijft een raadsel.De indianentent was van binnen verrassend ruim en we hebben geregeld met de hele groep in die tent gezeten. Ik weet nog dat wanneer ik alleen in die tent was, ik altijd keihard aan het zingen was in de veronderstelling dat niemand dat kon horen. De mensen zullen wel gedacht hebben….
Vanaf mijn 7e veranderde iets. De kinderen in de straat gingen weg op vakantie. Mensen gingen naar Spanje en ook naar de camping gaan kwam steeds meer in. Mijn buurmeisje Liesje ging met haar ouders dagjes weg. Ik mocht een keer mee naar Kennemerduinen. We gingen daar met de auto naar toe en hebben de hele dag in een ondiep meer gezwommen. Die dag zal ik nooit vergeten, wat een plezier hebben Liesje en ik die dag gehad! Ik kon natuurlijk niet altijd mee, maar ik was al dankbaar voor die ene keer. Onlangs heb ik vernomen dat Liesje in 2025 helaas is overleden…
Voor een groot gedeelte van de zomervakantie was er in de straat niemand om mee te spelen. In het begin zat ik dan urenlang op de stoep of in mijn indianentent, maar later ging ik ‘zwerven’ door de buurt, steeds verder.Tijdens het ‘zwerven’ ging ik op zoek naar kinderen van school. Zo kwam ik een keer mijn schoolvriend Dicky tegen die op een zondag aan het fietsen was op plein 40-45 en hebben we de hele dag gespeeld. Toch nog een leuke dag gehad! Een andere keer ben ik naar het Sloterpark gelopen. Langs de President Allendelaan kwam ik uiteindelijk op een grasveld een aantal jongens uit mijn klas tegen die aan het voetballen waren. Nou kon ik helemaal niet voetballen, maar toch zo goed mogelijk meegedaan. Ik wandelde door heel Slotermeer, zolang het licht was, was ik niet bang.
Op mijn 8e was ik tijdens zo’n eenzame zwerftocht achter de G. v.d. Leeuw Mavo langs gelopen onder het viaduct van de Burgemeester Roellstraat door en daar kwam ik Hetty, het leukste meisje van de klas, tegen. We hebben de hele dag in de speeltuin aan het einde van de Frans Bastiaansestraat gespeeld, geschommeld tot ik er misselijk van werd en heel veel gezongen.
Speeltuin F. Bastiaansestraat Bron: Beeldbank Stadsarchief A'dam
Ik hoor ons nog uit volle borst “Beertje Colargol, het beertje dat kon zingen” kwelen. Als ik eraan terug denk moet ik altijd in mezelf lachen, kinderen kunnen zo ongeremd zichzelf zijn. Helaas verdwijnt dat bij het ouder worden. Het was in elk geval een dag waar ik nog steeds met heel veel plezier aan terugdenk. Ook deze speeltuin bestaat niet meer en is vervangen door huizen.
Uiteindelijk kwamen alle kinderen uit de straat weer terug en was ik niet meer alleen. We hadden dan nog een tijdje als vanouds lol met elkaar tot er weer een zomervakantie voorbij was. Daarna was het tijd voor het avontuur van het volgende jaar op school!