Sociale leven in de Johan Coltermanstraat in de jaren 1960-1970

Auteur: Frans Serné
Fryslân boppe

Fryslân boppe Door: Frans Serné

In de Coltermanstraat woonde een gezin waarvan de vrouw uit Friesland kwam. Waar de vader vandaan kwam, weet ik niet meer. Ze hadden twee kinderen. Ik was bevriend met de oudste jongen: Rein Feenstra. Wij zaten bij elkaar in de klas op de Timotheusschool, hoek Lodewijk van Deysselstraat. In de volksmond werd Rein … Reinie. Hij had een jonger broertje, een mongooltje zoals dat toen nog heette. Nu heet dat een jongen met een geestelijke beperking. Maar die had daarnaast ook een lichamelijke beperking.
In die tijd was er geen opvang voor deze kinderen en het broertje ging niet naar school en de ouders kregen geen hulp of steun. De moeder van Reinie was een zeer kordate vrouw. Iedere dag ging zij met het broertje de straat op om in de Sam van Houtenstraat boodschappen te doen. Zij sleepte - letterlijk - die jongen aan de hand mee. Hij kon ook niet normaal lopen.
Mijn oma kwam zelf uit Leeuwarden, was ernstig invalide en vanwege Mulitiple Sclerose zittend in een rolstoel aan huis gekluisterd. Vaak zat zij op die rolstoel, voor de balkondeur, uit te kijken op het Friese Rijwielhuis in de Sam van Houtenstraat. Elke keer als de moeder van Reinie langs liep, het broertje aan de hand meeslepend achter zich aan, zei mijn oma met een Friese tongval: “Ach, daar gaet Frouw Feenstra weer met dat arme KIEN”.
Reinie werd nooit gepest vanwege zijn broertje. Ik denk, dat veel klasgenoten niet eens wisten dat hij zo’n gehandicapt broertje had. Hij sprak er ook nooit over. Hij schaamde zich ervoor. Het kind kwam nooit op straat, alleen achter zijn moeder aan gesleurd aan het eind van de dag. 
Mijn oma en opa gingen één keer in de week, lopend door het park  naar de Slotermeerlaan, naar de markt op Plein 45. Mijn oma in een invalidekar, geduwd door mijn opa en moeder. Voor de deur in de Coltermanstraat kwamen ze ‘Frouw Feenstra’ met haar zoontje tegen. Oma en ‘Frouw Feenstra’ spraken enkele woorden met elkaar in het Fries. Ik herinner me enkele woorden waarvan ik niet weet of ik ze goed spel: “Fut juh” oftewel “Vooruit joh”, en “Ai jah juh”, oftewel “Natuurlijk”. Na afloop zei oma altijd tegen de jongen: “Dag KIEN, Dag Lief Jonkje”, oftewel ”Dag kind, dag lieve jongen”.

Copyrights: Alle rechten voorbehouden

18 keer bekeken