Niet meer dan 10 procent weggooien

Jan Visser (1955) zat in bouw, was twaalf jaar buschauffeur bij het GVB, is dichter in ruste en staat nu 22 jaar in zijn bloemenstal op de De Wittenbrug, Van Limburg Stirumstraat. En daarmee is hij de derde generatie in het vak.

Bloemenstal Jan Visser.  Foto: Het Parool.

Bloemenstal Jan Visser. Foto: Het Parool. Door: Peter Schrijnders

Alle rechten voorbehouden

Eigenlijk heeft hij nooit anders gedaan. Toen hij een woning kreeg in de Van Hogendorpstraat, keek hij uit op de stal van zijn vader op het Van Limburg Stirumplein. Dus daar was hij vaak te vinden en op drukke dagen verkocht hij zijn diensten voor vijftig gulden aan een collega-chauffeur - 'dat kon toen nog' - en hielp hij zijn vader.

Ach, eigenlijk had hij het land wel uit gewild, maar hij heeft er de vrouw niet naar, 'een wereldwijf overigens'. Misschien komt het er toch nog van. "Een vreetschuur beginnen aan de Costa Brava, met frikadellen en kroketten, lijkt me geweldig."

Opa begon in 1931, maar van hem kan Jan zich amper iets herinneren. Nee, een bedrijfsnaam had hij niet. "Mijn vader was ome Ko. En mijn Jantje Boeketje was eigenlijk om die ouwe te jennen. Die hield niet van boeketjes,boeketjes vond hij maar onzin, ik had er lol in en je kon er goed aan verdienen. Dus toen ik een aanhangwagentje kocht om mee naar de veiling in Aalsmeer te gaan, zette ik daar Jantje Boeketje op. En dat is het gebleven. Mijn vader werd doodziek van me; ik had altijd iets op hem aan te merken."

Het is een prachtig vak, hij heeft ook graag bloemen thuis. "Pasteltinten, ik heb een nichtensmaak." Mensen kopen bloemen meestal voor het plezier. "Maar onlangs overleed een jong meisje aan de overkant en kon ik een graftak maken." Dat ging hem niet in de kouwe kleren zitten. Maar dezelfde dag kan hij ook een bruidsboeket maken. "Je pakt alle aspecten van het leven." Hij heeft vaste klanten, weet wat ze willen en schikt zijn bloemen dus 'met aanzien des persoons'.

Opa was communist, vader sociaaldemocraat. "Die zei: 'Ik heb maar één God en dat is Joop den Uyl.' Zelf is hij, getuige zijn poëzie, een wat linksige anarchist. Zijn verzen declameerde hij een paar keer in zaaltjes, hij haalde er AT5 mee. Met rijmschema's en ritmes houdt hij zich niet intens bezig. Over prijsverhoging bij de NS: 'Als ze dan een keer wel rijden is het met vertraging/ dus gezien het gebodene/ is het tijd voor prijsverlaging.' En Irak destijds: 'Volgens een opiniepeiling staan wij achter een aanval op Irak/ Nou ik niet hoor want ik vind Bush maar een gevaarlijke zak.'

Zijn hele oeuvre, geschreven op de achterkant van kassabonnetjes, zit in een envelop. De verzen liggen ter raadpleging in de kraam.

Bloemen: Langer dan een week doe je er niet mee. Gevoelige materie. "Mijn vader zei: 'Als je maandag naar de veiling gaat, breek ik je poten." Maandag worden bloemen uit de koelcel verkocht, niet best. "Je doet het goed als je niet meer dan tien procent weggooit." Contacten zijn belangrijk: "Wat ik zaterdag niet verkoop, stoot ik door naar mijn neef die op Westgaarde staat en die zondag open is."

Beoogd opvolger: zoon Daniël (22), die bij de veiling werkt, al heel wat vakdiploma's heeft en vrijdag en zaterdag helpt. De vierde generatie komt er dus aan. "En samen maken we die honderd jaar wel vol."

Wat doet Jan verkeerd in de ogen van zijn zoon? "Alles. Zet ik een emmertje neer, verschuift-ie het drie centimeter." En daar kan Jantje Boeketje heel wel mee leven.

Dit verhaal is verschenen in het Parool.

Alle rechten voorbehouden

755 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe