Burenplicht
Alleen de mensen op de volgende trap kende ik een beetje. We groetten elkaar, maar verder had ik niet veel omgang met deze buren. Ik kende wel de familie Oostra (eveneens afkomstig uit Drenthe), familie Brul; waarvan de vrouw zelfs afkomstig was uit hetzelfde dorp als mijn vrouw en ik. De reden dat wij niet zoveel omgang met déze familie hadden lag aan het feit dat de vrouw enige jaren daarvoor voor de 'vijand' had gewerkt. Later is dit wel bijgedraaid, want de vrouw werd enige tijd in een ziekenhuis opgenomen en toen hebben de dochters een paar nachten bij ons thuis geslapen. Ook pasten diezelfde dochters ook wel eens op op onze kinderen als mijn vrouw en ik eens een avondje uit wilden of moesten. (Misschien een overblijfsel van de in Drenthe in zwang zijnde Noabersplicht = burenplicht.)
Cootje
Dan was er nog de Amsterdamse familie Hemminga, met een flink aantal kinderen waaronder een zoontje, Co(otje), evenbeeld van Ciske de rat en een heerlijk kereltje. Uit zijn mond hoorde ik eens in onvervalst plat Amsterdams, nadat hij mevrouw Almering met een hoedje op had zien langs paraderen, het volgende: 'Mens wat hé je nou op je kop? Het lékt wel een duivetil'. Nog iets over Cootje, mijn vrouw liep met een paar zware boodschappentassen terug naar huis. Ze moest ermee de 6 trappen op naar 2-hoog, toen Cootje er aan kwam: 'Zal ik je effe helpen buuf?" En rende met een volle tas de trap op. Vóór mijn vrouw boven was, rende hij haar alweer voorbij naar beneden, zonder dat ze de tijd kreeg hem ook maar te kunnen bedanken. Dat was Cootje ten voeten uit.
Dan was er op diezelfde middelste trap op 2-hoog nog de familie Doest, ook ruim voorzien van kroost (zes dochters en twee zoons - en dat op een 4-kamer flatje) afkomstig ook uit het noorden des lands. En ook nog een collega van mij, Piet Visser met familie, en tevens nog de families Koenders en Bolderman. Verder was ik niet zo erg bekend met de mensen uit de flat of uit de buurt. Mijn vrouw en kinderen kenden uiteraard wel meer.
Om de hoek
Tekenend voorbeeld hiervan was wel het volgende: vanuit het politiebureau Raampoort werd mij verzocht een kerstpakket te bezorgen bij een collega in de Jelte Eelsmastraat. Ik zei dat ik niet wist waar die straat was en dat ik bedoelde collega niet kende. Deze collega, Gerrit Griekspoor, was opgenomen in een sanatorium. En kon dus niet zelf dit pakket in ontvangst nemen.
Ik kwam tot mijn schande tot de ontdekking dat de Jelte Eelsmastraat bij mij om de hoek was. Sterker nog, vanuit mijn woonkamer kon ik bij wijze van spreken in de slaapkamer van collega Griekspoor kijken.
Wie er op het laatste trappenhuis van onze flat woonden weet ik niet, op de familie Blommesteijn na dan, die de slagerij hadden op de andere hoek van de flat. Van de latere - 2e generatie en nog latere - bewoners van onze flat in de Wigbolt ken ik alleen nog de families Warmerdam, Friskes en Kruithof bij naam… Daarna ben ik het spoor bijster geraakt.
Gepubliceerd: 28 juli 2009
Lees ook de andere verhalen van deze diender