De wereld was goed en fijn – deel 6

Een nieuw leven

Verteller: Anna
1 Fan
Amsterdam-West, Amsterdam Nieuw West

Anna (1926) vertelt over haar ervaringen rond de Tweede Wereldoorlog. Ze maakte onder andere het bombardement op het Wilhelmina Gasthuis mee en de schietpartij op de Dam tijdens de bevrijdingsfeesten. Zij leeft al bijna haar hele leven in West: 1926 - 1946 in de Da Costabuurt, 1951 - 2011 in Slotermeer-Noordoost, en vanaf 2011 in Bos en Lommer. Dit verhaal is samengesteld op basis van een interview en herinneringen die Anna de afgelopen vijf jaar heeft opschreven en wordt in zeven delen gepubliceerd.

Anna op de Dam, 1947 Bron: fotograaf onbekend

Anna op de Dam, 1947 Bron: fotograaf onbekend

Alle rechten voorbehouden

Een huis in Nieuw-West
"In 1946 ging m'n man varen. Toen kwamen de scheepvaartmaatschappijen weer op, de KNSM, de Hollandsche Lloyd, noem maar op. Tegelijkertijd ging zijn zuster bij haar vriend wonen. Toen vroeg m'n schoonmoeder, wil jij hier komen wonen? Want m'n dochter is weg, m'n zoon die gaat varen is ook weg, en m'n kanariepietje is dood. Ik zei, maar u heeft pa toch nog? Maar die pa was niet in tel. Ik ben daar gaan wonen en ik heb daar twee kinderen gekregen."

"In 1953 kwam ons nieuwe huis in Slotermeer klaar. Ik geloof in '51 de eerste rij, vlak naast de dijk, waar nu de metro gaat. Juliana heeft het nog geopend. Wij kwamen er allemaal als jonge gezinnen. Ik heb er heerlijk gewoond. Alles voor elkaar."

Bouw van de Anna Bijnsstraat in Slotermeer, april 1954 Bron: A. Eibink; bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Bouw van de Anna Bijnsstraat in Slotermeer, april 1954 Bron: A. Eibink; bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Alle rechten voorbehouden

"M'n jongste dochter zei later, daar wonen in de Slotermeer, oh afschuwelijk, een douche met een straaltje waar je onder zat te springen, en dit of dat. Ik zei, je moet rekenen, vroeger had niemand een douche. Bij ons thuis niet, m'n schoonmoeder op de Ceintuurbaan niet, mijn grootmoeder in Amstelveen met een groot huis niet. Het was iets wat je als kind nooit gehad had, want wij gingen in de tobbe met zijn allen. Of wij gingen naar het badhuis. Ik had daar voor het eerst een douche. Ik ging er elke dag onder. Het was voor mij een El Dorado, vier kamers. Ik heb er heerlijk gewoond."

Iets menselijks
"Ik heb het altijd afschuwelijk gevonden dat m'n man bleef varen. De eerste keer weg was bijna vijf maanden. Normaal gesproken was het drie maanden. Ik vond het helemaal niet leuk, maar ja dat gebeurt. Want hij zat op machinistenschool. Eerst zijn ze dan assistent, en dan moesten ze denk ik twee jaar varen. Daarna moest hij voor zijn derde rang studeren, en dan was hij weer een of twee jaar aan wal. Met tussenpozen ging dat vervolgens ook voor zijn tweede rang en eerste rang."

Oostelijke Handelskade: Gooiland op de boei met bulkzuiger bij de Koninklijke Hollandsche Lloyd, februari 1954 Bron: fotograaf Meijer, A.H.; beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Oostelijke Handelskade: Gooiland op de boei met bulkzuiger bij de Koninklijke Hollandsche Lloyd, februari 1954 Bron: fotograaf Meijer, A.H.; beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Alle rechten voorbehouden

"Hij was niet zo emotioneel. Want ook als ik een baby kreeg, dan ging hij weg. Hij is er nooit bij geweest. Hij heeft zich ook nooit iets aangetrokken van wat er met mij gebeurde. Hij vond dat allemaal normaal. Ik heb het altijd abnormaal gevonden. Ik heb altijd gedacht, bangeschijtert. Hij wilde dat niet accepteren, iets menselijks."

"Hij vond een ander ook vaak eigenlijk een klootzak. Dan dacht ik ja, dat is anders met onze familie. M'n vader en moeder vonden iedereen hetzelfde. Het was nooit van, ja maar hij is dit en die douw je weg. Dat hebben we nooit meegemaakt, want de werkman kreeg net zo goed koffie als de dokter. En dat was bij hun niet. Als de dokter kwam dan ging m'n schoonmoeder heel deftig praten en al die dingen meer. Iemand in zijn waarde laten, dat hebben wij als kinderen geleerd, maar dat hebben zij nooit geleerd. Dat kon je merken ook aan m'n man, en daar heb ik altijd moeite mee gehad."

"Als het geen zeeman was geweest was ik misschien allang van 'm af geweest. Later is het natuurlijk misgegaan want toen werd hij alcoholist. Dan waren de kinderen ook blij als hij weg was. Zo ging dat, die dingen gebeuren. En dat is ook gebeurd. Ik was zo naïef. En met m'n gezin met vijf kinderen, dan heb je een heel beknopt leventje. Ik merkte natuurlijk wel dat het niet goed ging, maar je denkt dan nog niet aan verslaving. Dat komt niet in je op. Ik heb een tijd gehad dat ik dacht, ik ga weg. Maar toen kreeg je geen uitkering, zat ik met vijf kinderen zonder geld. Dus dat heb ik nooit gedaan. En daarna kwam mijn jongste dochter nog een keer. Toen had ik het al wel besloten, ja. Maar later werd hij ziek, hij had kanker. En je laat nooit iemand alleen als hij ziek is. Dat zeg ik ook nog vaak tegen m'n dochter, je stuurt geen hond de straat op. Zo is dat gewoon."

Alle namen in dit artikel zijn gefingeerd om de identiteit van de betrokkenen te beschermen.

Klik hier voor deel 1
Klik hier voor deel 2
Klik hier voor deel 3
Klik hier voor deel 4
Klik hier voor deel 5
Klik hier voor deel 7

Alle rechten voorbehouden

203 keer bekeken

Robert

Amsterdam Slotermeer

Daar ben ik opgegroeid in de Jan van Beersstraat