De verhalen van Simon Stammis onder de kop Een stem uit het verleden roepen bij mij herinneringen op aan de regelmatige wandelingen met mijn vader op zomerse zondagmiddagen eind jaren 40 en begin jaren 50 van de vorige eeuw.
Dit is deel 2 van 3 delen.
Zomaar een zondag in de vijftiger jaren, deel 2
Vervolg van de wandeling
Dichtbij de spoorwegovergang gekomen, zien we langzaam de bomen naar beneden komen en ik haast mij daar naar toe. Niet alleen is het een mooi gezicht als de trein langs komt, maar je voelt ook de grond onder je voeten bewegen in het ritmische cadans van de wielen. Dan komt er van links een elektrische trein voorbijrijden. Verwachtingsvol kijken we omhoog naar de spoorwegbeambte op de verdieping van het gebouwtje. Als hij naar de grote ronde wielen met glimmende handgrepen loopt, dan gaan wellicht de bomen al omhoog. Maar nee, hij beweegt zich niet en dat betekent dat er van links, van Zaandam, nog een trein aankomt.
In de verte zie ik grote witte rookpluimen en met veel gesis komt de stoomlocomotief voorbij met een hoog schel gefluit ons, of de spoorwegbeambte, groetend. Dan pakt de spoorwegbeambte de grote chromen hendels vast en hij trekt de spoorwegbomen omhoog. Alles gaat via staaldraden, die je langs de spoorbaan zie lopen. Alleen verdwijnen ze bij de weg in een zwart tunneltje om aan de andere kant van de weg weer naar boven te komen.
Café en speeltuin
We lopen over de spoorbaan en vervolgen onze weg over de Spaarndammerdijk. Aan onze linkerhand zien we een werkplaats van de spoorwegen en vervolgens in de diepte wat weilanden met koeien. Aan onze rechterhand ligt in de diepte, voor zover ik mij herinner, een soort stolpboerderij waarin een café is gevestigd. Achter het café ligt een speeltuin. De ‘dubbeltjes?’ of ‘kwartjes?’ speeltuin. Om daar te kunnen spelen moest je een dubbeltje of kwartje betalen.
Ik ben daar nooit geweest, want onze speeltuin, de R.K. speeltuin “Sint Theria” lag een eindje verderop. Er volgde eerst een paar kleine huisjes en dan ging er een recht pad steil omlaag naar het ijzeren hek van de speeltuin. Moeders en jonge kinderen ging lopend naar beneden, maar als je wat ouder was, durfde je op de fiets omlaag te gaan en met grote snelheid door het smalle deurtje te scheuren.
Op de speeltuin was ‘ome Gerrit’ de baas. Hij hield niet alleen toezicht, maar wist ook of je ouders wel lid waren van de speeltuinvereniging. Zo niet, dan werd je weggestuurd. Een paar per dag rammelde hij met een grote bel om aan te geven, dat je water mocht drinken. Hij liep dan met een bak vol ijzeren bekers naar een kraantje, Wij stelden ons op in een rijd en een voor een mochten wij een bekertje pakken. Twee keer in de rij gaan staan, was er niet bij. Daar lette hij scherp op.
2055 keer bekeken