Feest
Wapperende vlaggen in de wind. Rood, wit, blauw en oranje.
De rijk versierde fietsen van mijn broers staan buiten klaar. Klepperende geluiden van het luciferdoosje met knijper op de spaak.
Mijn feestjurk hangt over de stoel en de haarlinten zijn gestreken.
Mijn moeder zegt:’wel je jas aan hoor.’ ‘Maar dan zien ze mijn mooie jurk niet,’roep ik. ‘Heel jammer, maar anders wordt je ziek.’
Mokkend en boos kijk ik naar buiten. Het waait hard. Ik mag straks op de mooi versierde feestwagen meerijden met mijn schoolvriendinnen.
Als we naar school lopen is de fanfare aan het inspelen. Je voelt de grote trom tintelen in je buik. De muzikanten marcheren straks voorop.
Gelukkig hebben ze allemaal een jas aan. We klimmen op de wagen en de stoet zet zich in beweging. Hobbelend worden we lachend en gillend heen en weer geslingerd.
Zwaaiende vaders en moeders met broertjes en zusjes aan de hand.
Aan het eind: oranje limonade en koekjes met een oranje laagje.
Koninginnefeest