Mia

We moesten samen onder het laken

6 Fans
Hoofddorppleinbuurt

Er gebeurde veel in de jaren dertig. Armoede, natuurlijk, in die lange crisistijd. Maar ook industriële en maatschappelijke ontwikkeling: er is een groot verschil in sfeer tussen het eerste kwart van de 20e eeuw en die jaren dertig. Maar voorlichting op het gebied van seks was er niet bij.

Generaal Vetterstraat (na 1973 Rijnsburgstraat), gezien richting de Sloterweg Bron: Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, 24 april 1959

Generaal Vetterstraat (na 1973 Rijnsburgstraat), gezien richting de Sloterweg Bron: Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam, 24 april 1959

Alle rechten voorbehouden

Toen ik zeven was, zoiets, had ik mijn eigen ordening: een koe en een paard hoorden bij elkaar, een kat en een hond ook. Toen ik 12 was, brak de Duitse bezetting uit, en vijf jaren van steeds meer knellend isolement begonnen. Thuis hoorde ik niets. Op de HBS kregen we geen voorlichting. Vriendjes voor stiekeme, gnuivende opmerkingen over jongens en meisjes had ik niet. Trouwens, in die tijd ging je als jongen eigenlijk niet met meisjes. Dan werd je maar al te vaak uitgelachen, uitgejouwd.

Ik had natuurlijk wel gezien hoe op de boerderij naast ons koeien werden gedekt en hoe kalveren ‘getrokken’ werden. Dat was allemaal heel gewoon. Pas in een latere fase van mijn tienertijd zat ik bij klasgenoot Ed op zijn kamer en lazen we in "Het volkomen huwelijk" van Van de Velde hoe ´het´ allemaal ging en moest. We trilden, we hadden rooie oortjes. Het bloed ging waar het niet gaan mocht van opvoeders.

Heel kort na de bevrijding van ’45 kwam ik bij een andere klasgenoot thuis in de Generaal Vetterstraat. En daar kwam Mia ook, een zwartharig, want Joods meisje, dat WO II had overleefd. Samen met die klasgenoot, z’n broer en z’n zusje deden we op een middag een uit oudere tijden stammend gezelschapsspel: pluisje blazen. In een kring hielden we elk een laken aan een rand vast. Op het laken lag een pluis en we moesten blazen: de pluis moest naar iemand toe. Een jongen. En daarna naar een meisje. Ieder blies, viel aan en verdedigde zich tegelijk met bolle wangen. Als de twee eh... verliezers bekend waren, stopte het blazen en moesten de twee onder het laken kruipen en elkaar een zoen geven, ongezien dus voor de anderen, maar met veel hilariteit.
Ik verloor. Mia verloor ook. We moesten samen onder het laken. Het werd de eerste keer dat ik een meisje kuste. Schroomvallig op de wang.

Nadien ging ik enkele keren met Mia zeg maar uit. Maar wat was uitgaan in die schrale tijd? Zitten in een keurig etablissement. Cola drinken misschien, of tonic. Kijken naar andere mensen. Wat met elkaar praten. En dan haar naar huis brengen. Mia woonde bij haar oudere broer, de toen populaire zanger Bert van Dongen. Hij zong met veel succes Nederlands, zoals het eeuwige "Daar bij die molen" en "Sterren stralen overal."

Het is niks geworden tussen Mia en mij.

Karel N.L. Grazell
Amsterdams Stadsdeeldichter Zuideramstel

Gepubliceerd: 21 december 2013

Alle verhalen van Karel N.L. Grazell

Alle rechten voorbehouden

769 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe