Twee honden van de Vondelkerkstraat

De avonturen van Polly en Django

6 Fans

We kregen kabel-TV. Alle stoepen gingen open en bij elk huis werd onder straatniveau een gat in de gevel geboord om de kabel naar binnen te brengen. Een tijdje later zette Maarten laat op een avond een vuilniszak in de rommelkamer aan de voorzijde van het souterrain en stond tot aan zijn enkels in het water. Het regende hevig en er stroomde water op één plek door de voorgevel naar binnen.

Vondelkerkstraat, rechts: 1 t/m 15 (v.l.n.r.); links: nrs. 4 t/m 20 (v.r.n.l.); aan het eind is kruising Overtoom Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Vondelkerkstraat, rechts: 1 t/m 15 (v.l.n.r.); links: nrs. 4 t/m 20 (v.r.n.l.); aan het eind is kruising Overtoom Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Alle rechten voorbehouden

Polly
Wat bleek? De kabel-heren hadden van binnenuit een gat geboord voor de kabeldoorvoer, maar vonden dat buiten niet meer terug, dus boorden ze een tweede gat waar de kabel doorheen gevoerd werd. Ze vergaten het eerste gat – dat in de hemelwaterafvoer uitkwam – te dichten. Het werd een verzekeringskwestie en werd opgelost, maar het verhaal kreeg nog een staartje. Enige tijd later logeerde Polly, de hond van Maartje, bij Maarten en Marleen. Polly sliep in een mand in de voorkamer. Op een ochtend toen Marleen de deur opendeed stond Polly haar al beteuterd op te wachten naast haar mand die ondersteboven lag. Die nacht was het parket – dat door de overstroming doordrenkt geraakt was - gaan werken en had Polly met mand en al omvergeworpen.

Django
Op een dag parkeerde Maarten zijn Volvo uit. Hij had niet gezien dat één van de honden van de straat - Django – eronder lag te slapen. Django schrok wakker, stootte zijn kop aan de aftapbout van de benzinetank die daardoor afbrak, waarna de tank leeg liep. Grote consternatie: de benzine liep over straat en de arme hond zat helemaal onder. Maarten was vooral bezorgd om de hond en vreesde een woedende baas. Frans, het baasje, deed het echter af met dat “het stomme beest daar maar niet had moeten gaan liggen” en bood met veel excuses een volle tank benzine aan. Maarten kon langskomen op het pompstation op de Buitenveldertselaan waar hij werkte.

Frans vond in zijn eindeloze voorraad schroefjes, houtjes, spijkers een passend rubber dopje om het gat te dichten en zorgde later nog voor een reserve “voor ’t geval ’t nog eens zou gebeuren.”

Alle rechten voorbehouden

378 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe