Mijnheer pastoor hield wel van een rokertje en een neut

Auteur: Fred Klein
Robert Scottstraat
Sint Josephkerk, Robert Scottstraat. Bron: Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Josephkerk_(Amsterdam).

Sint Josephkerk, Robert Scottstraat. Bron: Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Josephkerk_(Amsterdam).

Alle rechten voorbehouden

Mijnheer pastoor hield wel van een rokertje en een neut
Ik ben in 1944 geboren op de Hoofdweg 358 derde etage Amsterdam-West (naast de ESSO-garage) en heb hier 25 jaar met veel plezier gewoond.                                                          

In de jaren 50 hadden we niet veel, hier en daar zag je een zwart-wit televisie, mijn schoonouders hadden het in die tijd goed en hadden zo rond 1955 zo'n grote kast met een heel klein beeldbuisje die opzichtig midden in de huiskamer stond. Zij woonden met hun grote gezin (zeven kinderen) in de Robert Scottstraat en waren trouwe bezoekers van de Sint Josephkerk. Pastoor Ton Schrage, want zo heette de beste man, was als tegenprestatie trouw bezoeker van mijn schoonouders daar er in de pastorie geen televisie was kwam hij vrij regelmatig bij hun kijken.

Op een keer zei mijn schoonvader tegen Meneer pastoor: er komt morgen een documentaire die gaat over de fabricage van beiaardklokken en dat is misschien wel interessant voor u, de pastoor reageerde spontaan en zei dat hij graag wilde komen kijken.

Bruine pij met capuchon    
De volgende dag was Meneer pastoor ruim voor tijd aanwezig en vlijde zich behaaglijk in de fauteuil die pontificaal voor de televisie voor hem was neergezet, de pastoor droeg een bruine pij met aan de achterkant een capuchon, een bruine pij omdat hij in 1951 was toegetreden tot de Orde van de Franciscanen.                                                                                                                                                 
Mijn schoonvader bood een sigaartje aan en mijnheer pastoor deed deze in direct in zijn capuchon met de mededeling: "Als je het niet erg vindt dan bewaar ik deze voor in de pastorie!" naast het sigaartje werd ook 'een jonge' neergezet, want bij zo'n heerlijke sigaar hoort tenslotte een jonge jenever, deze verdween echter niet in de capuchon, maar vrijwel direct in het keelgat van Mijnheer pastoor. Enige tijd later herhaalde dit ritueel zich maar rookte hij deze keer de sigaar met genoegen op, ook nu echter onder het genot van een ‘jonge’.                                                            
Toen het tijd werd weer terug te gaan naar de pastorie gaf mijn schoonvader hem nog een paar sigaren en ook deze verdwenen in zijn capuchon. Niet veel later, de pastorie bevond zich tenslotte aan de overkant van ons huis, kwam mijnheer pastoor redelijk jolig de pastorie binnen, en diepte direct de gekregen sigaren uit zijn capuchon maar kwam tot zijn verbazing geen sigaar tegen en indien pastoor Ton Schrage nog leeft dan vraagt hij zich nog steeds af hoe dat mogelijk was.
                                                                                                     
Welnu het antwoord is simpel, de sigaartjes die de beste man kreeg en vervolgens in zijn capuchon verdwenen, werden er door een paar Amsterdamse rotzakjes die achter hem stonden er net zo snel weer uitgehaald als de pastoor deze er indeed.
                                                                                                                            
Ik durf het niet met zekerheid te zeggen, maar ik verdenk mijn schoonvader er nog steeds van de opdrachtgever geweest te zijn.       

                                                                                                                                                                      

Alle rechten voorbehouden

160 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe