Huiselijke spelletjes in de Coltermanstraat

Auteur: Frans Serné
Geuzenveld
Foto genomen vanaf de Sionskerk richting Sam van Houtenstraat met op de voorgrond een stukje dr. H. Colijnstraat - Ons huis is het hoekhuis op 1-hoog, boven de boxen. ( Daarom was ons huisnummer Johan Coltermanstraat 2-huis.)

Foto genomen vanaf de Sionskerk richting Sam van Houtenstraat met op de voorgrond een stukje dr. H. Colijnstraat - Ons huis is het hoekhuis op 1-hoog, boven de boxen. ( Daarom was ons huisnummer Johan Coltermanstraat 2-huis.) Door: Frans Serné

Alle rechten voorbehouden

Ons huis bestond uit een woonkamer, zit/woonkeuken, lange gang waar drie slaapkamers en een toiletruimte op uitkwamen en een badkamer. We woonden daar uiteindelijk met vijf personen. Vader, moeder en drie kinderen. Mijn broer en ik deelden een slaapkamer, na de geboorte van ons zusje in 1961, want een meisje moest een eigen slaapkamer hebben.
In de woonkamer stond onder andere een orgel, een harmonium met ombouw, want mijn vader speelde orgel. Het domineerde de hele kamer. Op gezette tijden ging mijn vader achter dat orgel zitten om te spelen. De toetsen werden beschermd door een klep, waaronder allerlei paperassen lagen die eerst verwijderd moesten worden alvorens te kunnen spelen. We hielden allemaal van zingen en al spoedig zongen we vierstemmig de liederen mee die mijn vader speelde. Vaak liederen uit de bundel van Johannes de Heer en Valerius Gedenckklanken. Beide oude bundels zijn nog steeds in mijn bezit. Buren hebben nooit geklaagd over geluidoverlast.
Op het orgel stond een kom met goudvissen, die regelmatig uit de kom sprongen en achter het harmonium op de grond belandden. Waarschijnlijk een te kleine kom.
In de lange gang deden we aan doelschieten met mijn vader. Om beurten stonden wij kinderen en mijn vader op goal. De gangdeur naar de keuken fungeerde als goal. Daar knalden de ballen tegenaan. Een andere keer knikkerden we in de gang. Dan werd de vloerbedekking van de gang een stukje teruggetrokken,waardoor een gleuf ontstond.Daarin moesten de knikkers uiteindelijk terecht komen. Met een vinger tikte je om beurten een knikker aan die naar voren schoof, tot die in de gleuf lag. Wie de laatste knikker in de gleuf kreeg won de “pot”.
Ook deden we aan darten. Mijn vader hing een dartbord op de deur in de keuken die toegang gaf tot de badkamer. Vanaf het aanrecht wierpen wij (ook mijn vader), de pijltjes naar het bord. Menig pijltje bereikte niet het bord, maar wel de deur, waardoor gaatjes ontstonden in die deur. Die gaatjes hebben er jaren lang ingezeten.
Vaak speelden mijn broer en ik verstoppertje in huis. Op een keer moest mijn broer ons zoeken. Ik verstopte mijn zusje (bijna tien jaar jonger) in de kledingkast in de slaapkamer, zei dat ze stil moest zijn en nergens op moest reageren en draaide de sleutel om. Ze heeft daar lange tijd, muisstil gezeten. Ik heb haar tenslotte bevrijd en zij had dit spel gewonnen.
De Coltermanstraat ... Voor ons een gouden tijd.

Alle rechten voorbehouden

122 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe