Vuurpijlen in de Coltermanstraat

Met vuurwerk het nieuwe jaar in

Auteur: Frans Serné
Knallend het nieuwe jaar in

Knallend het nieuwe jaar in Door: Frans Serné

Alle rechten voorbehouden

Tussen eind jaren 50 en 70 was de Coltermanstraat een kinderrijke straat, evenals de Sam van Houtenstraat, de Dr. H. Colijnstraat en de omliggende straten.
Op Oudejaarsavond gingen de oudere jongens de straat op om rotjes af te steken. Wij, nog een beetje te jong, moesten binnen blijven en mochten ‘sterretjes’ draaien op het balkon. Er was een buurman verderop in de straat die siervuurwerk afstak op de groenstrook tussen onze straat en het volgende woonblok. Wij bekeken dat vanachter de ramen. Later mochten wij ook een paar rotjes op straat afsteken die aangestoken werden aan de sigaret van mijn vader (Hij rookte Golden Fiction).
Oudejaarsdag was de dag dat mijn moeder oliebollen en appelflappen bakte in slaolie in de keuken met alle ramen en deuren open. Het was koud in huis.
’s Avonds gingen we naar opa en oma die naast ons woonden. Mijn vader had stiekem enkele vuurpijlen gekocht en om twaalf uur ging hij met mijn opa de straat op, met een paar lege wijnflessen en een tas met vuurpijlen. Mijn moeder, oma en kleine zusje bleven binnen maar kwamen even later op het voorbalkon te voorschijn.
De mannen plaatsten de lege flessen stevig aan de rand van het grasveld en zetten de vuurpijlen er in. De buurman stak eerst zijn pijlen met siervuurwerk aan. Die gingen recht omhoog en spatten ruim boven de aangrenzende woningen tegenover ons prachtig uiteen. Daarna waren wij aan de beurt. De lonten van onze vuurpijlen werden aangestoken, waarna wij allen op veilige afstand moesten gaan staan. De lonten van onze vuurpijlen vatten vlam en de pijlen gingen omhoog.
In het woonblok tegenover ons woonde een gezin, waarvan de man werkloos was en de hele dag niets anders deed op het achterbalkon dan zagen en timmeren. Alles wat hij maakte leek op een rekje, waarop keukengerei geplaatst kon worden. Het ene rekje na het andere. Hij had dus de bijnaam ‘Rekje’, omdat onze straat niet wist wat zijn achternaam was.
Bij ‘Rekje’ stond op die oudejaarsavond een slaapkamerraampje open. Eén van onze vuurpijlen stond niet goed gericht en verdween in dat open raam. Vliegensvlug gingen opa, mijn vader en wij - de jongens - de trap op en naar binnen. Mijn moeder, oma en zusje vluchtten ook naar binnen en trokken snel de balkondeur dicht. Achter de ramen wachtten wij af.
Gelukkig ging de vuurpijl bij ‘Rekje’ niet af.
We hebben nooit meer vuurwerk afgestoken. Het was eens … maar nooit meer.  

Alle rechten voorbehouden

38 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe