Bioscoopbezoek door heel Amsterdam

Auteur: Fred Fontijn
8 Fans
Amsterdam

Mijn familie had wel iets met film, denk ik wel eens, terugkijkend op mijn jeugd. Het verhaal ging, dat mijn oom Jaap Fontijn, meer in de bioscoop de Rex te vinden was dan in zijn eigen broodjeszaak. Beide gevestigd net om de hoek van de Singel in de Haarlemmerstraat. Wat jammer toch dat ik die familie niet mee heb mogen maken, we hadden het vast goed met elkaar kunnen vinden. Zij overleefden de oorlog niet en oom Jaap, miste daardoor nieuwe filmontwikkelingen. Of zijn pas gestarte krokettenfabriek een succes was geworden, weten we nu ook niet, hij was daarmee wel de eerste, is mij verteld. Maar dat terzijde.

Tuschinsky

Met de kerst gingen we, vaste prik, naar ‘Tuschinsky’, het prachtige theater aan de Reguliersbreestraat. Mijn vader (Ies), fietste ’s ochtends al bijtijds naar de stad, om kaartjes te kopen. Om een uur of tien gingen de kassa’s open en dan stond er een lange rij richting Spui. Bij de kassa stond toen nog altijd een portier, die vroeg welke ‘rang’ er gewenst werd, dit gaf hij dan door aan de caissière, niette de reserveringskaartjes aan de entree kaartjes vast, streek een paar dubbeltjes fooi op en de transactie was tot stand gekomen. Soms gingen we voor de voorstelling eerst een hapje eten bij de ‘Carltoncorner’ op de hoek van de Munt en de Singel en onderdeel van het deftige Carlton hotel. In de jaren vijftig, van de vorige eeuw, voor zover bekend het eerste zelfbedieningsrestaurant. Natuurlijk was Rutecks er toen ook al maar dat was toch meer een lunchroom. Na het eten wandelden we naar de bioscoop, waar we ruim op tijd waren en in de hal moesten aansluiten in de rij met de andere wachtenden. Dan, na mijn ogen uitgekeken te hebben naar al die weelde die de Tuschinskyhal te bieden had, gingen de deuren open en mochten we naar onze plaatsen. Opvallend genoeg elk jaar dezelfde op het balkon.

Variété

De theaters van toen, zaten waarschijnlijk ingewikkeld in elkaar, vandaar de ouvreuse, die iedereen naar zijn of haar plek brachten. Zij waren er voor twee dingen, zorgen dat iedereen op de juiste plek zat en voor een paar dubbeltjes fooi. Zodra we zaten, kon wat ons betreft de voorstelling beginnen. In die tijd, eerst een uitgebreid voorprogramma, met een tekenfilmpje, het Polygoonjournaal een interessante reportage. Daarna was het in Tuchinsky, trouwens ook in de City aan het Kleine Gartmanplantsoen, gebruikelijk dat er iets op het toneel gebeurde. Beide bioscopen hadden een vast orkerst, dat vooraf en in de pauze speelde en meestal volgde er ook het één of andere variéténummer. Verder zag ik ‘the Ramblers’ spelen, in de pauze bij een kerstfilm. Zangeres Jany Bron en trombonist zanger Marcel Thielemans, zongen daarbij op hun ‘kerstbest’. Na deze ‘interrupties’ begon de hoofdfilm, waarvan ik me ‘White Christmas’ met Bing Crosby en Danny Kay en ‘High Society’, met dezelfde Bing, maar nu met Grace Kelly, Frank Sinatra en Louis Armstrong, nog het best herinner. Mijn ouders pikten, de rest van het jaar, ook regelmatig een bioscoopje. Meestal naar de ‘Hallen’, de bioscoop aan de Jan van Galenstraat, hooguit een kwartiertje lopen vanaf waar wij woonden op De Rijpgracht. Die avonden paste mijn zus Betty op, al of niet samen met buurmeisje Henny Bulder.

Hallen

Later ging ik ook ‘alleen’ naar de ‘Hallen’ en zeker één keer per jaar met Sportpark de Ruyter, de speeltuinvereniging. Op zondagmorgen werd een spannende jeugdfilm gedraaid, volgens mij zag ik daarbij ook een keer ‘Alleen op de Wereld’. Deze film maakte indertijd veel indruk op me. De meeste andere films waren Nederlands gesproken films, waarin een stel jongelui het aan de stok kregen met een stel boeven. Erg spannend vaak. Later draaide diezelfde bioscoop ook op woensdagmiddag jeugdfilms, entree twee kwartjes, daarvoor kregen we een aantrekkelijk programma voorgeschoteld. Normaal kostte de bioscoop toen ongeveer negentig cent, voor de goedkoopste plaatsen.

West End

Vanaf mijn twaalfde jaar werd ik een regelmatig bezoeker van bioscopen. Natuurlijk werden de ‘Hallen’ en de ‘West-End’, het meest bezocht. Op zondagen dat ik niet hoefde te korfballen, kwam ik regelmatig in één van de twee, maar ook andere bioscopen, werden niet overgeslagen. De ‘Plum’ in de Bellamystraat en de Royal op de Nieuwendijk en de al eerder genoemde Rex in de Haarlemmerstraat, daar draaiden vaak Elvis Presley films. In de Royal zag ik GI-Blues met Elvis, samen met mijn vader ben ik daar naartoe geweest.

Portier

In de ‘West End’ ontdekte ik dat ook portiers om meerdere redenen aanwezig waren en dat geldt voor de andere theaters evenzo. De eerste reden was ter assistentie van de caissière bij de verkoop van de kaartjes, de fooi, de tweede om onze leeftijden te controleren. Om de film ‘Liane het meisje uit het oerwoud’ te kunnen zien, moest je veertien jaar zijn, omdat ik toen nog maar twaalf was, kon dat een probleem opleveren. Toch heb ik toen van Liane, twee films gezien. Zij was de vrouwelijke en Franse variant op Tarzan en net als Tarzan, speelde zij die rol met ontbloot bovenlijf. Behoorlijk interessant voor een jongetjes van twaalf. Haar lange haren zorgden er echter voor dat alles de hele film door keurig bedekt bleef, vreemd want juist om die reden was de film toch gekeurd voor veertien jaar en ouder.

Plezier

Rond mijn twintigste, intussen waren er voor mij geen leeftijdsbarricades meer, ging ik minstens één keer in de week naar de bioscoop en dat liep in mijn verkeringstijd soms wel op tot vier keer in de week. Tot na mijn verhuizing naar Zandvoort in 1970, toen werd het minder. Op de bioscopen in Noord, na heb ik in de meeste bioscopen van Amsterdam wel een keer een film gezien. Ik hoefde daar mijn werk niet voor te onderbreken en denk er nog steeds met plezier aan terug. Net als aan de patat van ‘Marja’ en de jukebox van ‘Jeep’.

Gepubliceerd: 1 januari 2008

--------

Het cursieve deel staat op deze website als verhaal over bioscopen in Amsterdam-West: Bioscoopbezoek.

Alle rechten voorbehouden

1438 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe