Jacques Halland

Een bezoek aan LiLaLo

7 Fans
Kinkerbuurt, Oud-West

Het licht van de straatlantaarns hield de schemer van de voorjaarsavond nog een beetje weg. Wij, twee echtparen, stonden rond half tien op de hoek van de De Clerqstraat en de Agatha Dekenstraat en belden aan. Maar nee. Belden weer. Niemand deed open. Ik begon te bonzen. LiLaLo moest al anderhalf uur open zijn. Maar nee.

De Clerqstraat 111-113 (rechts) hoek Agatha Dekenstraat 2-6, datum onbekend Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam. Op nummer 109 van De Clerqstraat zat van 1959 tot 1982 het Jiddisch cabaret LiLaLo.

De Clerqstraat 111-113 (rechts) hoek Agatha Dekenstraat 2-6, datum onbekend Bron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam. Op nummer 109 van De Clerqstraat zat van 1959 tot 1982 het Jiddisch cabaret LiLaLo.

Alle rechten voorbehouden

Eindelijk, na een kwartier bonzen – ik kan een volhouder zijn – opende Jacques. Hij deed de lichten binnen aan, we gingen rond een tafeltje zitten en even later verscheen hij met de drankenkaart. We raakten in gesprek. Hij kwam bij ons zitten en na een uur hadden we nòg niets besteld.

LiLaLo was een Jiddisch cabaret, het leek zo’n beetje, denk ik, op het Oost-Europese Joodse Huiskamercabaret. De zaak, zeg een voor- en zijkamer, werd gerund door twee mensen: Jacques en Jossie. Hij was een klassiek pianist (voor een pianoconcert draaide hij z’n toetsen niet om), die ook conférences deed. En Jossie, in haar japon die op haar brede schouders zat en tappelings naar beneden steilde en op haar voeten in een punt uitliep… Jossie zong Jiddisch cabaret. En dan bedienden ze beiden ook nog. Er stonden maar enkele tafeltjes. Soms, zowat om het uur, hadden ze pauze en dan kon je wat te drinken bestellen van de nogal karige kaart. Een Mazzeltov cocktail voor 5 gulden, een Cola, een wijntje voor wat minder.

We kwamen niet aan bestellen toe, dat eerste uur. Jacques was nog steeds bij ons aan tafel en aan het woord overJiddische Witze. Hij zei: "de meeste Sam en Moos moppen, zoals die van Max Tailleur, zijn in feite antisemitisch. Ik zal jullie nu een goeie vertellen.
Moos loopt als drager rechtsvoor onder de draagstoel van de Paus. Ze gaan de Sint Pieter in en Moos ziet op de vloer een goudstuk liggen. Pakken? Nee, want dan glijdt die Paus van z’n draagstoel af. Wachten tot hij klaar is met dragen? Maar dan heeft iemand het goudstuk allang gepakt. Hij kiest. Hij bukt. De Paus glijdt van de draagstoel op de vloer, vlak voor Moos. En Moos zegt: hebbu het ook gezien?"

Twee uur later wilden we weg. We hadden nog maar één bestelling kunnen doen. We vroegen Jacques om de rekening en om onze jassen. Maar hij zei - en er was ineens eerbied in z‘n houding: "nee, jullie moeten nog blijven, Jossie gaat weer zingen."
Jacques en Jossie – je mocht ze gerust wereldsterren noemen.

Ik heb overigens eens goed over het verhaal van dat goudstuk nagedacht. Waarom is Moos hier niet een rare figuur? Ik denk omdat hij niet Rooms Katholiek is en de Paus voor hem maar een gewone jongen is, net als hijzelf. En gewone mensen willen zo’n munt best hebben. We staan allemaal in de hebbe-rij.

Karel N.L. Grazell
Amsterdams Stadsdeeldichter Zuideramstel

Gepubliceerd: 23 december 2013

Alle verhalen van Karel N.L. Grazell

Alle rechten voorbehouden

1390 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe