Mijn jeugd in Amsterdam-West, deel 4

Jeugdherinneringen, omstreeks 1935-1940

Auteur: Jaap Lageman
Orteliusstraat 162

Jaap Lageman (1931) woont tegenwoordig in Australië en deelt in een aantal bijdragen zijn jeugdherinneringen aan Amsterdam-West.

Het einde van mijn toneelcarrière
Dit is een gedeelte van mijn jeugd dat ik nog goed kan herinneren want het eindigde mijn beroep als toneelspeler. Ik denk dat ik 7 of 8 jaar oud was en ik had een rol gekregen om in een toneelstukje deel te nemen. Ik ben vergeten hoe het heette of waar het werd gegeven. Ik heb zo'n vermoeden dat het van de buurtvereniging uitging.

In het toneel stuk zou ik als page een paar drinkglazen naar de koning en koningin brengen die op een troon op het toneel zaten. Mijn moeder had de kleding voor me gemaakt dat me meer als een prins maakte. Het had o.a. een zijde-achtig rode cape die over mijn shoulders hing en met een "gouden" koord om mijn hals werd vastgehouden. 

Het toneelspel was in volle gang en ik stond achter de coulissen op mijn beurt te wachten. Ik had het serveerblad met glazen in mijn handen en ze hadden me verteld wat ik moest doen, en nu kwam voor mij het moment om mijn artistic talent te laten zien. Het teken werd gegeven en ik liep heel voorzichtig en langzaam naar mijn koning en koningin met het serveerblad in mijn handen en op hetzelfde moment ging het doek dicht. Einde van het toneelstuk.

Mijn beroep als toneelspeler kwam tot een halt. De koning en zijn vrouw namen geen van de glazen en ik barstte uit in huilen want ze hadden me niet eens de gelegenheid gegeven om mijn werk te doen dat ik had moeten doen. Misschien was ik niet vlug genoeg, maar wat dacht je van mijn arme moeder! Zij had een pakje gemaakt dat maar een minuut op het toneel geweest was.


De redding uit de vuilnisbak
Op straat spelen was aan de orde van de dag en we speelden allerlei spelletjes waaronder ook schuilen (schuilhokje) Maar het probleem was dat er niet veel plaatsen waren om je achter of in te verschuilen. De bomen in de straat waren nog erg jong en dun om achter te schuilen en je kon makkelijk gezien worden. Maar er stonden een hoop (lege) vuilnisbakken op straat, want de vuilnisman was al geweest, en daar kon je dus wel achter schuilen. Maar je moest je wel klein maken om niet gezien te worden. Ik had een veel beter idee want in plaats van achter een vuilnisbak te schuilen waarom er niet in klimmen, dan konden ze je nooit zien! Ik stapte in een van die bakken en probeerde te gaan zitten. Mijn knieën kwamen bijna tegen mijn neus maar zelfs dat hielp niet veel want ik was te groot en mijn hoofd stak er nog steeds boven uit. In dat geval: wat als ik de deksel over mijn hoofd doe, zullen ze me dan kunnen zien?

Illustratie bij Redding uit de vuinisbak. Bron: tekening door Jaap Lageman, 2017.

Illustratie bij Redding uit de vuinisbak. Bron: tekening door Jaap Lageman, 2017.

Alle rechten voorbehouden

Ik zag dat het niet ging. Nu vond ik ook uit dat ik moeite had gehad om er in te komen, maar hoe kom je er uit! Dat was onmogelijk. Om te gaan staan moet je je benen gebruiken maar dat kon ik niet want ik zat klem en hoe meer ik probeerde hoe vaster ik kwam te zitten. Gelukkig kwam mijn ome Koen net in de straat en die zag me worstelen om er uit te komen en kwam me bevrijden door de vuilnisbak onderste boven te houden en mij er uit te schudden. Dus vond ik ook uit dat het niet uitmaakt hoe vindingrijk je bent, maar dat elk idee niet altijd een goed idee is.


Klik hier voor deel 1
Klik hier voor deel 2
Klik hier voor deel 3

 

 

 

Alle rechten voorbehouden

92 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe