Mijn jeugd in Amsterdam-West, deel 10

Jeugdherinneringen, omstreeks 1940-1945

Auteur: Jaap Lageman
1 Fan
Amsterdam-West

Jaap Lageman (1931) woont tegenwoordig in Australië en deelt in een aantal bijdragen zijn jeugdherinneringen aan Amsterdam-West.

Rij wachtenden voor een winkel (voedselschaarste), 1940-1945. Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam. <p style="margin-bottom:0cm; "><a href="http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/OSIM00007003914">http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/OSIM00007003914</a></p>
<p> </p>

Rij wachtenden voor een winkel (voedselschaarste), 1940-1945. Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/OSIM00007003914

 

Alle rechten voorbehouden

En toen was het oorlog
Mijn vader en moeder hadden de Eerste Wereldoorlog meegemaakt en hadden een idee wat er zou kunnen gebeuren. Mijn moeder pakte een paar koffers in met wat kleding en dingen die echt nodig zijn ingeval we moesten evactueren. In het geval dat we gebombardeerd konden worden sliepen mijn broertje en ik in de linnenkast. Waarom, vraag je je af! Ze liet ons slapen in het sterkste gedeelte van het huis omdat het drie stevige muren vlak bij elkaar had.

Op de 14de dag van Mei 1940 kapituleerde Nederland en de Duitse troepen kwamen binnen over de Hoofdweg met hun door paarden getrokken kanonnen en ander oorlogs-materiaal. Toen de Duitsers heel Nederland hadden bezet gingen de dingen vrijwel normaal door, behalve dat er nu een uitgaansverbod werd ingesteld en men mocht niet meer op straat tussen 8 uur s'avonds en 7 uur in de morgen. In de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was Nederland een neutraal land en nooit bezet geweest door de duitsers, maar het leed erg door tekort aan eten en kledingmateriaal. Mijn moeder was toen 8 jaar en mijn vader 18 en zij herinnerden zich wat er toen gebeurde en voorspelden dat het nu ook weer zou gebeuren.

Omdat mijn vader tabak pruimde stuurde ze me naar alle tabakswinkels in de buurt om zoveel mogelijk pruimtabak te kopen als het kon. Ik moest ook naar de slager om rundder niervet te kopen, want dan kun je de vet, als je dat uitbakt, een hele tijd in Keulse potten bewaren. De "kaantjes", die er dan na het bakken overbleven, waren heerlijk op brood.


Eten en brandstof werden schaars

We wisten alleen niet dat de oorlog 5 jaar zou duren. Mijn moeder begon met het inmaken van groenten in grote Keulse aardewerk potten, en dat betekende vele kilos sperciebonen en andijvie schoon maken. Het idee is om de groenten half te koken en ze dan in die grote potten te doen met veel zout er doorheen. Die potten hielden waarschijnlijk 20 of 25 kilo groenten en dat is een hoop groenten. Nadat de groenten in die potten gedaan was met het kookwater erbij, dan legde mijn moeder er een schone doek over en daar op een stuk hout en daarboven op weer een groot zwaar stuk graniet die de vloeistof boven het hout moest houden want anders werd de groente slecht (verrot of verzuurd) . Eenmaal in de maand moest ze de schuim eraf scheppen dat op het vocht kwam te staan. Je kunt dan die groenten een hele tijd bewaren, en als je het nodig had om te eten dan weekte je een portie dat je nodig had in een pan en spoelde de groente een paar keer om zeker te weten dat het zout er grotendeels uit was, en kookte het tot het klaar was om te eten. Het verliest hun originele smaak maar in oorlog maakt het niet uit.


Brandstof (kolen of hout) voor verwarming of koken was moeilijker te krijgen. Terwijl ik in de buurt rondscharrelde zag ik dat ze een kanaal (wij noemden het toen "het katte gat" maar is nu de Erasmus gracht) hadden uitgebaggerd en de zwarte grond lag aan de zijkant te verdrogen. Het was een soort turf en ik nam er zoveel als ik kon dragen mee naar huis. Het brandde goed in de kachel. Maar zo als altijd, toen de mensen uitvonden dat je het in de kachel kon branden kwamen er plotseling dozijnen mensen en de turf was spoedig verdwenen.

Tweede Wereldoorlog: brandstofschaarste. Door de Joodse bewoners verlaten huizen worden gesloopt. Jodenbreestraat, rechts op nr. 27 op de hoek met de Uilenburgersteeg, het in verval geraakte Tip-Top theater (net voorbij het eerste pand rechts). Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam; fotograaf: J.J. van Rhijn, 1940-1945. <p style="margin-bottom:0cm; "><a href="http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/OSIM00008003083">http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/OSIM00008003083</a></p>
<p> </p>
<p> </p>

Tweede Wereldoorlog: brandstofschaarste. Door de Joodse bewoners verlaten huizen worden gesloopt. Jodenbreestraat, rechts op nr. 27 op de hoek met de Uilenburgersteeg, het in verval geraakte Tip-Top theater (net voorbij het eerste pand rechts). Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam; fotograaf: J.J. van Rhijn, 1940-1945.

http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/OSIM00008003083

 

 

Alle rechten voorbehouden

Op een andere dag "vond" ik een grote bundel bonen staken en met veel moeite sleepte ik die mee naar huis, maar kon ze niet drie trappen naar boven brengen, dus ik belde en vroeg mijn moeder of ze me kon helpen dragen. Ze zei dat ze er erg blij mee was want dat hielp met het stoken. De volgende dag speelde ik weer op straat maar was weer op zoek naar brandstof maar vond niets.


Voor de grap belde ik weer en vroeg of mijn moeder me kon helpen, maar zodra ik haar naar beneden hoorde komen was ik in paniek want ik had niets en wist niet wat ik moest doen. Toen ze op de eerste verdieping kwam en naar beneden keek zag ze dat ik niets had. Ze was kwaad en zei dat ze druk genoeg was zonder dit gedonder.


Maar ik glimlach nog steeds te denken dat ik mijn moeder voor de gek gehouden had, dat echt niet makkelijk was.


Klik hier voor een overzicht van alle delen in deze reeks.

 

Alle rechten voorbehouden

394 keer bekeken

Jim Lageman

Brandhout verzamelen.

Mijn pa vertelde ook dit soort gebeurtenissen. Hij verzamelde hout bij het spoor. Als hij dan trots thuis kwam, kreeg hij eerst een draai om zijn oren. Mijn oma vond het veel te gevaarlijk dat hij hout ging zoeken bij het spoor, maar ze was natuurlijk wel blij dat de kachel nu weer kon branden. MARTINE