Mijn jeugd in Amsterdam-West, deel 21 (slot)

Jeugdherinneringen, omstreeks 1940-1945

Auteur: Jaap Lageman
Orteliusstraat 162

Jaap Lageman (1931) woont tegenwoordig in Australië en deelt in een aantal bijdragen zijn jeugdherinneringen aan Amsterdam-West.

Bevrijdingsfeest Heemstedestraat, juli 1945. Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam. <p><a href="http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010009015308">http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010009015308</a></p>

Bevrijdingsfeest Heemstedestraat, juli 1945. Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010009015308

Alle rechten voorbehouden

Het genot om vrij te zijn 
In de volgende paar weken werden er in alle gedeeltes van Nederland feest gevierd en spelletjes georganiseerd om de mensen hun woede kwijt te raken en het genot van "vrijheid" te voelen.
In de winkel aan de andere kant van de Admiralengrachtbrug en Jan van Galenstraat lagen tientallen prijzen, die door de buurtgenoten gegeven waren, en die je kon winnen met de georganiseerde wedstrijden, zoals hoog- of verspringen, hardlopen of vlug zijn op de autoped. Ik zag iets wat ik heel graag zou willen winnen en dat was een recht opstaand stoom-machinetje dat een vliegwiel aan de zijkant had, net zoals ik het in een fabriek gezien had. Nu ik terug denk, vraag ik me af wat ik dacht wat ik ermee kon doen! Maar ik was nog jong en had andere gedachten.


Toen de "race"dag kwam, hadden de mensen de straat versiert en er was overal muziek. Het was EEN groot feest. Mijn vader ging in de 100 m hardlopen en ik zou in de 100m autoped-race gaan. Mijn vader viel halverwege en bezeerde zijn gezicht en had een pijnlijke schouder, en ik won mijn race, maar jammer genoeg was de eerste prijs een "zelf te maken" zweefvliegtuig en niet mijn begeerde "stoom-machine". Ik was totaal niet geïnteresseerd in dat zweefvliegtuig en het stond voor een lange tijd in de kast en ik weet niet wat er mee gebeurd is.


Het feest vieren ging nog vele weken door, en er was een grote kermis op een open stuk grond tegen over de markthallen. Daar zagen we een groot aantal Amerikaanse en Canadese soldaten die op verlof waren en mee deden in het feestvieren van de vrijheid. Heel wat jonge kinderen wilden laten zien hoe goed hun Engels was en vroegen aan ze "what is the time?" en giechelden als ze een antwoord kregen dat ze niet konden verstaan. Ik kreeg wat zakgeld om naar de kermis te gaan, en had een trip in het grote wiel en draaimolen en nog een paar amusementen.
Dat was een leuke tijd.


Maar wat wil je worden als je groot bent?

Dat is de vraag die je hoort als je nog jong bent. Ik zag in de "Hallen theater" een zwart/witte film van "Tarzan" die met de lianen van boom naar boom zwaaide en ik wilde dat ook wel doen . Hoe geweldig was dat!  Ik zag ook een operette-film over zigeuners en struikrovers (De zigeuner Baron). Het was grappig en romantisch dus vertelde ik mijn moeder dat ik later een struikrover zou willen worden.


Toen ik in de oorlog nog die "koekies" maakte van het graan dat ik toen gezocht had en met de gestolen suikerbiet pulp op de kachel bakte, toen wilde ik wel een "chef" worden, totdat ik uitvond dat koks hard moesten werken terwijl de mensen heerlijk zaten te eten. Dus gaf ik dat idee op.


Mijn vader vertelde me dat ik geen kleermaker moest worden, ofschoon ik hem af en toe hielp, want daar zat geen toekomst in. Maar daar was een man die bij mijn vader kwam en die was voor de oorlog bij de koopvaardij geweest en die kon van die geweldige verhalen vertellen van de reizen naar Nieuw-Guinea en Indonesië. Hij was marconist en gebruikte "Mors Code " om met andere schepen in contact te blijven. Hij was over de hele wereld geweest en dat greep me en begon ook de "Mors Code" te leren. Dat was in 1943 en ik was toen 11 of 12 jaar oud en had nog een hoop te leren en vele dingen veranderden en ik werd geen radio-telegrafist en zelfs geen
STRUIKROVER!


Een bioscoopkaartje kopen met problemen

Nu de oorlog voorbij was kwamen er een groot aantal nieuwe films die we gedurende de oorlog niet kregen. Ik zag een advertentie van een film die ik wel wilde zien en vroeg aan mijn vader om wat geld zodat ik een kaartje kon kopen om die film te zien, die in het "Westend theater" gedraaid werd (in de Jan Evertsenstraat bij de Krommert).


Daar aangekomen moest ik natuurlijk een tijdje in de rij staan om op mijn beurt te wachten om een kaartje te kopen. Ik was in mijn eentje en toen ik bij het loketje kwam vroeg de man wat ik wilde hebben. Enkel maar een "stalles" kaartje en intussen zocht ik naar mijn geld die mijn vader me gegeven had. Ik voelde in mijn rechter broekzak. Nee daar was het niet. Mijn linker broekzak. Ook daar niet. Probeer de rechter broekzak nog maar eens een keer. Je weet nooit je geluk. Na nog een paar keer in mijn zakken voelen, niks vinden. Ik was mijn geld kwijt. De man bij het loketje was erg helpvol en zei: "Ga naar huis en vraag je ouders om wat nieuw geld, en ik zal het kaartje voor je bewaren totdat je terug komt". Ik rende naar huis en vroeg aan mijn vader om wat meer geld en zei dat ik later wel zou uitleggen wat er gebeurd was.


Ren weer terug naar de bioscoop en gaf de bediende mijn geld en hij gaf me het kaartje dat hij beloofd had en zei: "Verlies nu je kaartje niet want dan kom je de film niet in!" Ik antwoordde: "Nee, ik stop het in mijn borstzakje, want dan weet ik waar het is". Maar he! wat is dat!" Het was natuurlijk het geld dat ik dacht dat ik verloren had.


Met een tevreden gevoel heb ik de film gezien, en nu en dan nog eens voelen of mijn geld nog veilig in mijn borstzak zat. Er is een ding dat ik me niet goed kan herinneren, en dat is: "wat heb ik met dat geld gedaan dat ik later in mijn borstzak vond!" Waarschijnlijk heb ik mijn ouders verteld wat er gebeurd was, en waarom ik terug kwam om wat meer geld. Ik ben er zeker van dat ik het geld aan mijn vader terug gegeven heb.


Maar dat kan ik me niet meer herinneren.

 

Dit is mijn geheugenis van mijn jeugd en oorlogstijd. Ik hoop dat het interessant genoeg was om het te publiceren.

 

In 1947 zijn we naar Hilversum verhuisd en in 1955 naar Australië geëmigreerd. Nooit die stap betreurd, maar ik blijf nog steeds een AMSTERDAMMER.

 

Klik hier voor een overzicht van alle delen in deze reeks.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle rechten voorbehouden

1048 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

Jan Evertsenstraat 18-20-22 en 24 (ged.) (v.r.nl.) Op nr. 18 was vroeger bioscoop "West-End" theater, thans club-bar, dancing, en door de poort is Krommertstraat, 1987. Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam. <p><a href="http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010122006530">http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010122006530</a></p>

Jan Evertsenstraat 18-20-22 en 24 (ged.) (v.r.nl.) Op nr. 18 was vroeger bioscoop "West-End" theater, thans club-bar, dancing, en door de poort is Krommertstraat, 1987. Bron: beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010122006530

Alle rechten voorbehouden
Eddie van Dijk

reactie op het laatste verslag van Jaap Lageman

Ik ken Jaap al wat langer en we hebben vaak gecorrespondeerd. Wel wil ik via deze bron reageren. Grote blijdschap uiteraard te begrijpen maar ik zit toch ook met een wrang gevoel. Hoe kun je opgetogen zijn terwijl landgenoten hele families en dierbaren zijn kwijt geraakt. Er zijn voorbeelden te over vooral van de Joodse Amsterdammers die wanneer zij uit de kampen terugkeerden naar hun alweer door anderen bewoonden huizen maar al te vaak te horen kregen dat ze niet hadden moeten terugkeren een gezegde door dezelfde Amsterdamse inwoners. Zelf ben ik van 1941 maar ik herinner mij nog de plaatjes van uitgemergelde Amsterdamse kinderen terwijl ik op de foto's van de bevrijding allemaal zo op het oog gezonde mensen op de Canadese tanks en andere legerwagens zie rondrijden. Opeens had iedereen in het verzet gezeten maar ik heb boeken gelezen dat Nederland helemaal niet zo geweldig was in de oorlog, uitzonderingen daar gelaten, die verdienen alle lof.

Eddie