Een paard in de stad

Verteller: Henk Duivebode
Auteur: José Stolp
8 Fans
Westerpark, Spaarndammerbuurt

Henk Duivenbode (1929) vertelt een bijzonder verhaal over zijn jeugd in de Spaarndammerbuurt.

Henk, 10 jaar Foto: collectie Henk Duivenbode

Henk, 10 jaar Foto: collectie Henk Duivenbode

Alle rechten voorbehouden
Ambulante handel

“Mijn vader ventte vanaf zijn 16de jaar met ambulante handel in de Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt. Hiervoor had hij een vergunning en hij liep met een handkar met olie en kolen.
Omstreeks 1935 kocht mijn vader een paard en stalde dit bij ome Kees, die een kleine boerderij had op de plaats waar nu het Brediusbad is. Hij verhuurde daar enige ruimtes.
Ome Kees verbouwde groenten en had een moestuin bij zijn boerderij, maar was in dienst bij de Nederlandse Spoorwegen en bediende de slagbomen van het spoor op de Spaarndammerdijk. Nu is er een viadukt onder het spoor”.

Etta

Henk: “In de winter van 1935-1936 werd het paard Etta, steeds dikker dus de dierenarts werd geraadpleegd. Die zei tegen mijn vader dat er veel té veel voer werd gegeven en dat het paard kerngezond en niet drachtig was, wat mijn vader vermoedde.
Etta liep op stal altijd los in een grote box en zondags gingen we met z’n vieren, (m’n vader, moeder,zusje en ik) het paard verzorgen, wat heel gezellig was.
Op een zondag, het zal maart 1936 zijn geweest, was het heel mooi weer en we gingen weer met z’n vieren naar Etta. Wat schrokken wij! Er stond een héél wankel veulen naast Etta. Ze had in haar eentje een veulen gebaard en alles was goed verlopen. Mijn vader haalde er direkt een dierenarts bij en die zei dat het een geluk was geweest dat Etta niet vaststond, anders was het zeker misgegaan.
Na ongeveer twee jaar heeft mijn vader paard en veulen samen verkocht en daarna zijn er tot 1951 nog vele paarden bij ons geweest”.

Wat schreeuwt die man!

“Mijn vader moest zijn waar aan de man brengen en deed dit met luide stem. Mijn moeder was een keer boodschappen aan het doen in de Spaarndammerstraat en zei tegen mij: “Wat staat die man daar toch te schreeuwen”. Het bleek haar eigen man te zijn en ze liep snel door”.

Winkel en woning

“De ambulante handel werd ingeruild voor een winkel die we van 1937 tot 1939 in de Rombout Hoogerbeetsstraat nr. 66 hebben gehad. We verkochten kolen, olie, aanmaakhout, houtskool en turf. Turf ging er later uit. We woonden klein, achter de winkel. De huiskamer was tevens slaapkamer en ik sliep onder de trap in de gang. Daarna gingen we in de Barentzstraat wonen. We hadden inmiddels een winkel in de F. Hendrikstraat 77.
De kolen werden opgehaald met paard en wagen en bezorgd bij de mensen thuis. Een mud kolen woog zo’n 70 kilo en werd voor ongeveer 8 gulden verkocht.
Er waren veel soorten kolen; antraciet, eierkolen, cokes en briquettes. De kolensoorten verschilden in prijs, cokes werd het meest verkocht. Briquette was een soort bruinkool en werd gebruikt voor het gasfornuis. Het kwam uit het buitenland.”

Paard in de gang

Henk verteld verder: “Mijn vader was erg goed voor z’n paarden. Als het onweerde dan nam hij het paard mee naar binnen en liet hij het wachten in de gang tot het onweer voorbij was. Hij liet het dier niet alleen!”

Loods in Polanenhof 12

“Een paar keer per jaar huurde mijn vader een auto om een wagon van 20 ton kolen te lossen en naar de loods in het Polanenhof nr. 12 te brengen, waar ze werden opgeslagen. In 1956 hebben we een loods laten bouwen in de Van Slingelandstraat.
In 1946 ben ik bij mijn vader in de winkel gaan werken en dat heb ik gedaan tot 1970. Er werden geen kolen meer verkocht en ik ben bij de Gemeentegiro gaan werken. Dat heb ik ook met plezier gedaan.”

Auteur: José Stolp

Gepubliceerd: 6 november 2008

Alle rechten voorbehouden

1957 keer bekeken

Bekijk meer afbeeldingen

Etta en veulen Foto: collectie Henk Duivenbode Etta en veulen - Foto: collectie Henk Duivenbode

Etta en veulen Foto: collectie Henk Duivenbode Etta en veulen - Foto: collectie Henk Duivenbode

Alle rechten voorbehouden
 Als kind spelen op de stapels van zakken met kolen - Foto: collectie Henk Duivenbode

Als kind spelen op de stapels van zakken met kolen - Foto: collectie Henk Duivenbode

Alle rechten voorbehouden
Henk Duivebode nu 79 jaar Foto: collectie Henk Duivenbode

Henk Duivebode nu 79 jaar Foto: collectie Henk Duivenbode

Alle rechten voorbehouden

9 reacties

Voeg je reactie toe
Hans Heemsbergen

Ter illustratie

Kees Heemsbergen met paarden

Kees Heemsbergen met paarden

Spoorhuisje

Spoorhuisje

Kees in het spoorhuisje

Kees in het spoorhuisje

Jose Stolp

Re: Kees

Simon Stammis:
In 1943 is het gezin waarin ik ben opgegroeid gaan wonen in een wit huis bij de spoorwegovergang en 'Post V' aan de Spaarndammerdijk. Beneden woonde inderdaad een gepensioneerde spoorwegarbeider bijgenaamd 'Schorre Kees' Met zijn vrouw en dochter (Gerda). Kees Heemsbergen had enkele schuren waarin een paar koeien stonden. Van de melk werd door zijn vrouw - met de hand - dikwijls boter gekarnd. Gerda ging trouwen het huis uit en haar ouders hebben hun oude dag versleten in een benedenwoninkje in de Planciusstraat nadat bekend werd dat op de plek waar dit witte huis stond het Brediusbad zou worden aangelegd. Nu staat (exact op die plek) het Art-Hotel en daarnaast een gebouw van het Brediusbad.Overigens stonden er meer schuren nabij het huis. Een fruithandelaar met een houten been die een kraam had naast het viaduct op het Nassauplein en er was een aardappelboer Verkerk met twee valse Bouviers die onze kat hebben doodgebeten en een z.g. klaverboer die versgemaaid klaver verhandelde als veevoer, en een varkensboer, enz.Uit het Stadsarchief Amsterdam heb ik twee foto's van genoemd witte huis. Belangstelling ?

Evert Veltman

Kees

Ik ben een kleinzoon van schorre Kees. Ik ben al een tijdje bezig met het verzamelen van materiaal/fotos van mijn grootouders. Als kind was ik heel vaak bij mijn opa aan te treffen. Mijn ouders woonden toen in de Wormerveerstraat, het was dus vlak bij. Ik ben dankbaar voor oude fotos van het huis aan de Spaarndammerdijk, waar ik nog steeds de beste herinneringen aan heb.

Evert Veltman

Re: Kees

Simon Stammis:
In 1943 is het gezin waarin ik ben opgegroeid gaan wonen in een wit huis bij de spoorwegovergang en 'Post V' aan de Spaarndammerdijk. Beneden woonde inderdaad een gepensioneerde spoorwegarbeider bijgenaamd 'Schorre Kees' Met zijn vrouw en dochter (Gerda). Kees Heemsbergen had enkele schuren waarin een paar koeien stonden. Van de melk werd door zijn vrouw - met de hand - dikwijls boter gekarnd. Gerda ging trouwen het huis uit en haar ouders hebben hun oude dag versleten in een benedenwoninkje in de Planciusstraat nadat bekend werd dat op de plek waar dit witte huis stond het Brediusbad zou worden aangelegd.
Nu staat (exact op die plek) het Art-Hotel en daarnaast een gebouw van het Brediusbad.
Overigens stonden er meer schuren nabij het huis. Een fruithandelaar met een houten been die een kraam had naast het viaduct op het Nassauplein en er was een aardappelboer Verkerk met twee valse Bouviers die onze kat hebben doodgebeten en een z.g. klaverboer die versgemaaid klaver verhandelde als veevoer, en een varkensboer, enz.
Uit het Stadsarchief Amsterdam heb ik twee foto's van genoemd witte huis. Belangstelling ?

José Stolp

Contact met Simon Stammis over de foto's

Beste Simon Stammis,

Hier José Stolp, die dit artikel geschreven heeft. Ik zou graag de foto's zien en een verhaal erover schrijven. Als u uw mailadres geeft dan neem ik contact met u op.

groeten,
José Stolp

Simon Stammis

Kees

In 1943 is het gezin waarin ik ben opgegroeid gaan wonen in een wit huis bij de spoorwegovergang en 'Post V' aan de Spaarndammerdijk. Beneden woonde inderdaad een gepensioneerde spoorwegarbeider bijgenaamd 'Schorre Kees' Met zijn vrouw en dochter (Gerda). Kees Heemsbergen had enkele schuren waarin een paar koeien stonden. Van de melk werd door zijn vrouw - met de hand - dikwijls boter gekarnd. Gerda ging trouwen het huis uit en haar ouders hebben hun oude dag versleten in een benedenwoninkje in de Planciusstraat nadat bekend werd dat op de plek waar dit witte huis stond het Brediusbad zou worden aangelegd.
Nu staat (exact op die plek) het Art-Hotel en daarnaast een gebouw van het Brediusbad.
Overigens stonden er meer schuren nabij het huis. Een fruithandelaar met een houten been die een kraam had naast het viaduct op het Nassauplein en er was een aardappelboer Verkerk met twee valse Bouviers die onze kat hebben doodgebeten en een z.g. klaverboer die versgemaaid klaver verhandelde als veevoer, en een varkensboer, enz.
Uit het Stadsarchief Amsterdam heb ik twee foto's van genoemd witte huis. Belangstelling ?

Bezoeker

Tippe tappe tippe tap

Mooi van zo’n stukje geschiedenis te lezen. Toen was er nog rust in de stad!!
Maar ook al wel een tijd van tegenstrijdigheden want er werd veel paardenvlees gegeten. Bij ons was op de hoek een speciale paardenslager en ik moest wel eens rookvlees halen en worst. Toen werd ik mij denk ik ook bewust van wat ik van thuis moest eten en groeide mijn afkeer bij de moord op zulke mooie dieren.
Het mooie paard van de schillenboer waar wij sport van maakten onder door te lopen
-al was dat strikt verboden- is nog altijd in mijn herinnering.

Hubertes Prickardus

Paard op de gang

Mooi nostalgisch verhaal dat tal van beelden oproept. Zou André van Duin door Henk Duivebode geïnspireerd zijn?
En die zakken van 70 kg! Hoe is het met zijn rug? Een zak cement mag in tegenwoordig de bouw niet meer dan 25 kg wegen...

Karin Busch

Ambulante handel

Leuk om te lezen en prachtig die foto's van vroeger! Ik woon nu een gedeelte van een jaar in een bergdorp in Zuid-Italië en daar komen nog steeds de visboer, groenteman e.d. aan de deur. Weliswaar niet meer met paar (of ezel), maar gemotoriseerd. Maar wel roept het dezelfde nostaglische beelden op als het dit artikel van José over het vroegere Amsterdam-West.