G-Field Blues

7 Fans
Nieuw-West

Bij het schrijven van stukjes over mijn Geuzenveldse jaren bekruipt mij regelmatig een wat weemoedig gevoel. Niet omdat vroeger alles beter was, want dat is gewoon niet zo. Ook niet echt omdat er inmiddels zoveel vertrouwde plekjes uit m’n jeugd verdwenen zijn. Ik begrijp ook wel dat de huizen die zo’n 50 jaar geleden werden opgeleverd, niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen. Te kleine kamers, slechte verwarming, te weinig comfort, maar vooral ook te weinig mogelijkheden om hierin verbetering te brengen.

Ruys de Beerenbrouckstraat en Parkrandflat De foto links is een deel van het gesloopte huizenblok aan de Ruys de Beerenbrouckstraat Geuzenveld, links het Eendrachtspark. Herkomst: Beeldbank van het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam. De foto rechts is de Parkrandflat, gefotografeerd door Annick van Ommeren-Marquer.

Ruys de Beerenbrouckstraat en Parkrandflat De foto links is een deel van het gesloopte huizenblok aan de Ruys de Beerenbrouckstraat Geuzenveld, links het Eendrachtspark. Herkomst: Beeldbank van het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam. De foto rechts is de Parkrandflat, gefotografeerd door Annick van Ommeren-Marquer.

Alle rechten voorbehouden

Melkboer en aardappelboer
De eerste bewoners van Geuzenveld kwamen uit een slechte woonsituatie en vonden ruimte en geluk in hun nieuwe, toen comfortabele, huizen. Mensen die zich allemaal in ongeveer dezelfde situatie bevonden en ook allen hetzelfde doel voor ogen hadden: er sámen iets moois van maken. Het is in het ‘Geheugen van West’ al vaker geschreven: er was saamhorigheid. Of je nu christelijk, katholiek of gewoon ‘niks’ was maakte dan niks uit. Er waren ook momenten te over om elkaar te ontmoeten. ’s Morgens even een korte babbel met de buurvrouw als de melkboer kwam, of de aardappelboer. Om de beurt ‘jouw deel’ van de trap schoonmaken; simpele afspraken, geen problemen. De gesprekken en soms sterke verhalen van en met de gezamenlijke buurmannen in de box. Nog geen hoge schuttingen om de tuintjes, maar lage, door de woningbouw aangelegde afrasteringen met een simpele ligusterhaag. Als op een mooie dag iedereen in de tuintjes bezig was, ging een groot deel van de tijd op aan contacten met de buren links en rechts. Zelfs de schilders die om de paar jaar wekenlang op een steiger aan de gevels hingen brachten vertier.

Pastoor
Je overliep elkaar niet, je kwam zelfs nauwelijks bij elkaar over de vloer, maar je kende elkaar en leefde met elkaar. Je tilde niet zwaar aan kleine ongemakken die samen leven nu eenmaal met zich meebrengen. Slechts één keer heb ik meegemaakt dat twee naast elkaar wonende gezinnen onderling het leven zo zuur maakten dat de pastoor er aan te pas moest komen. Die organiseerde een woningruil met een buurtgenoot uit een ander blok, en het probleem was opgelost.
Ik erken het: de huizen waren niet meer geschikt voor 21e eeuws gebruik. En ik moet ook toegeven dat de Parkrandflat best heel mooi en vooral eigentijds is. Maar ik realiseer me ook dat hier aanvankelijk zo’n 190 sociale huurwoningen stonden, terwijl er daar in de Parkrandflat maar 30 voor zijn teruggekomen.

Gemis
De eerste bewoners van de gesloopte blokken waren al vertrokken. De meesten zijn er niet meer. Hun kinderen komen misschien nog wel eens in Geuzenveld. Dan missen ze hun ouderlijk huis. Ze missen het viaduct Dr. H. Colijnstraat/Burg. Roëlstraat, waar ooit in alle vroegte met Luilak wielerrondes werden verreden. Ze missen De Dijk waarop werd gevoetbald. Ze missen hun jeugd. Ze leven hun leven nu op andere plaatsen. Net als de ruim 160 gezinnen voor wie er geen passende woning meer was na de sloop.
Met hulp van de instanties hebben ook zij elders weer een thuis gevonden. Toch overkomt mij soms een weemoedig gevoel. I’ve got the blues. De G-Field Blues.


Een veelgebruikte afkorting voor Geuzenveld was: G’veld . Vandaar: G-Field en vervolgens G-Field Blues.

Alle rechten voorbehouden

629 keer bekeken

3 reacties

Voeg je reactie toe
Raquel

sweet memories

Heel herkenbaar die G field blues....!

Okko Steensma

G Field Blues

Willem,

Een heel herkenbaar en mooi verwoord verhaal. Ik heb eigenlijk ook al heel lang dat weemoedige en lege gevoel oftewel de G Field blues. Als ik nog weleens door mijn oude buurtje loop voel ik eigenlijk niets meer. Er is niets bekend meer. Er hangen overal schotels. De straten waar vroeger af en toe een auto stond staan nu vol met auto's. Overal ligt straatvuil. Groen wordt bijna niet meer onderhouden. De rolschaatsbaan met het drinkfontijntje is verdwenen. De dijken zijn verdwenen. In gedachten zie ik mijn ouders en vele straat/buurtgenoten zondags na de kerkdienst in de Sionskerk al pratend met elkaar oplopen om vervolgens weer naar hun huis te gaan of in sommige gevallen bij elkaar koffie te gaan drinken. Er werd begin jaren 60 zelfs binnen de kerk een gemeenschapskring gevormd waarbij de gemeenteleden elkaar maandelijks op een avond bezochten om één of ander thema te bespreken. Zoals jij al opmerkte, er was echte saamhorigheid, men had elkaar nodig. Heel vaak keken we televisie bij de buren op woensdag of zaterdagmiddag of we leenden wat van elkaar. Ook had niet iedereen telefoon dus belde je weleens bij de buren, in een cel of bij de sigarenwinkel. Boodschappen werden nog wel eens opgeschreven en eenmaal per maand, wanneer het salaris binnenkwam, afgerekend.

Een poos geleden liep ik na vele jaren weer eens over de galerij van de Dirk Sonoystraat en stond stil voor mijn ouderlijk woonhuis op nr. 207. In gedachten zag ik onze naaste buren, de kinderen aan de overkant met hun ouders, de oudere jongeren die toen al 16 waren en op brommers reden waar ik likkebaardend naar keek. Ook zag ik in gedachten het bejaarde echtpaar die beneden woonden en die je altijd maanden om je fiets niet tegen hun gevel te plaatsen. Ik zie nof de bakker en de bladenman voor het luikje staan en hun waar aanbieden. Ik zag weer de eerste bestrating met keien die na ruim 5 jaar werd vervangen door klinkers. De straat stond bezaaid met stapels stenen waarvan de kinderen grote forten bouwden. Hele bouwwerken werden er neergezet. Ik zag de man weer voor me aan de overkant die overdag heel vaak zijn pyama aanhad. Terwijl ik in gedachten stond ging achter mij een deur open en een onbekend iemand keek mij aan en liep me voorbij. Ik dacht´die tijd komt nooit meer terug´. Al neuriénd liep ik verder ´I’ve got the blues. De G-Field Blues´

Jelle

G Field Blues

Mooi geschreven en helemaal juist verwoord!!